|
Lombok
Door Henny Molhuysen
De naam van de Bossche wijk 'Lombok'kennen de meeste jongeren niet meer. Toch werd door Bosschenaren het zuidelijke stukje van Het Zand zo genoemd. Omdat de aannemer die deze huizen bouwde, staande in een bootje over de Dommel werd geroeid (er was toen nog geen brug), werd hij de 'maharadjah van Lombok'genoemd. Rond de eeuwwisseling was in Nederlands-Indië juist een strafexpeditie naar Lombok geweest; dus die naam kende iedereen wel. De huizen van de aannemer werden dus zo genoemd en de bewoners ervan Lombokkers. Zij beschouwden dat als een erenaam te opzichte van de andere bewoners van Het Zand: de Zandhazen. De wijk is verdwenen na de Tweede Wereldoorlog: thans staat er een deel van het nieuwe PNEM-kantoor.
Meer Bossche wijken hadden bijnamen. Zo was er, ver van de binnenstad, bij de Orthenseweg rond 1900 al een wijk die Siberië werd genoemd. Want ook het Russische Siberië lag zó ver van de bewoonde wereld. Siberië kent men nu nog als een verkorting: de Siep.
Vlak bij de Siep ligt de Duliewijk. Zij was genoemd naar de twee aannemers die er de huizen gebouwd hebben: de heren Van Dun en Van Lieshout. Maar ook aan de zuidzijde van de stad waren in het begin van de eeuw bijnamen te vinden. Aan de Hekellaan, vlak bij de Zuid-Willemsvaart, lag 't Stortje. Dat werd zo genoemd omdat er veel vuil werd gestort. Er stonden dikwijls een woonwagen en soms een circus.
Iets verder langs de Hekellaan was het vroegere Plantsoen. Het was een engigszins golvend terrein met veel bosjes en struiken. Er hielden zich veel verliefde jongelui op. De Krententuin was dan ook een begrip. De Pettelaarseweg werd De Groene Bedstee genoemd omdat - naar men zei - de bomen er scheef stonden van de paartjes die daar tegenaan stonden te vrijen.
Tussen De Groene Bedstee en De Krententuin lag het Vonk- en Vlamterrein. Dit terrein heeft de naam te danken aan een tentoonstelling die daar in 1921 werd gehouden ter popularisering van elektriciteit (vonk) en gas (vlam). Vóór deze tentoonstelling had het terrein de bijnaam Het Zwarte Zandje.
Tal van andere bijnamen voor wijken en buurtjes zijn er nog: het Gekkendčnd (laatste deel Hinthamerstraat), De Vergulde Armoe (de woningen voor onderofficieren aan de Mayweg), vanzelfsprekend De Pijp en het Konijnenbuurtje (H. van Goesstraat). Bijnamen zijn dikwijls geen lang leven beschoren: maar soms blijven ze toch lang in de herinnering hangen.
Brabants Dagblad donderdag 16 februari 1989
|