Hoofdmenu

Artikelen    
Bosch allerlei    
Stadsrekeningen    

Dieze

Waar komt de naam 'Dieze' vandaan?
Door Ed Hupkens en Gerard ter Steege

5
6

Bronnen
www.dommel.nl
www.naamkunde.net


KringNieuws 6 (2011) 5-6
 

2008

Ton Graus

Donken en Dieze
KringNieuws 5 (2008) 16
2009

Wim Hagemans

Dieze Anne Frankplein toch open
Brabants Dagblad woensdag 4 februari 2009
2009

Wim Hagemans

Initiatief fracties voor Dieze
Brabants Dagblad dinsdag 3 maart 2009
2010

De bevers morrelen aan de poort van de Dieze

De Diezemonding bij Engelen moet natuur worden, dankzij samenwerking van gemeente, waterschap en grondeigenaar Theo van Gendt.
Gert-Jan Buijs | Brabants Dagblad donderdag 15 juli 2010
2011

Ed Hupkens

Waar komt de naam 'Dieze' vandaan?
KringNieuws 6 (2011) 5-6
 

1498 Kapittel 19.
Uitgaven aan gravers, die de Dieze uitgegraven hebben van de Vischmarkt bij de kraan tot aan den Boom.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1498. Deel 1, blz 43
1498 Kapittel 20.
Uitgaven aan kost en drank voor de gravers door de stad van het platte land der Meijerij opgeroepen, om te graven in de Dieze, in den Hoogen Stroom en buiten de Orthenpooort.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1498. Deel 1, blz 43
1503 Kapittel 22.
Een gat in de Dieze gespoeld, rijs en staken van dat gat naar de Orthensche brug gevoerd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1503-1504. Deel 1, blz 79
1507 Kapittel 19 en 20.
Eene sluis en verlaat buiten den Boom in de Dieze gemaakt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1507-1508. Deel 1, blz 142
1535 Kapittel 114.
Het gat der Rivier de Dieze dat tot nadeel van den Handel en de Scheepvaart zeer ondiep en verlamd was, opgegraven en voorzien.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1535-1536. Deel 1, blz 524
1544 Kapittel 28.
Opgraving der diezestroomen binnen de stad, ten kosten der nageburen of geërfden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1544-1545. Deel 1, blz 626
1544 Kapittel 30.
Opgraving der dieze binnen de stad.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1544-1545. Deel 1, blz 628
1552 Kapittel 18.
• De Dieze bij de verwerstraat gegraven.
• Graafwerken aan andere takken dier rivier.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1552-1553. Deel 1, blz 681
1559 Kapittel 16.
Droogte im de rivier de Dieze buiten de stad.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1559-1560. Deel 1, blz 720
1564 Kapittel 18.
Op klagt der verwers en nageburen van de verwerstraat over groot gebrek aan water dat zij des zomers, in den stroom of Dieze hadden, wordt Suijskens gracht of graaf van Cornelis Wouterss Alias Zuijsch voor de stad aangekocht en ingedamt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1564-1565. Deel 1, blz 743
1566 Kapittel 17.
De dieze van de vischbrug tot aan den boom opgegraven.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 759
1571 Kapittel 21.
De Stad reinigt de Diezestroom onder de gemeente-bruggen, terwijl de burgers, ieder voor zooverre hunnen erven strekte, gehouden waren te reinigen en vegen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1571-1572. Deel 2, blz 863
1571 Kapittel 23.
Ordonnantie op de algemeene uitgraving der rivier de Dieze, opgemaakt en goedgekeurd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1571-1572. Deel 2, blz 865
1572 Kapittel 15.
De binnen-Dieze in de stad 's Hertogenbosch uitgegraven en de vestingwerken daarmede versterkt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1572-1573. Deel 2, blz 877
1576 Kapittel 22.
• Plan van Willem de Raet, om de Stad bij laag water, zoowel des zomers als des winters, uit de Maas altijd van 8 hamervoeten water te voorzien, zonder de dijken te verhoogen.
• Commissie tot onderzoek van het ontwerp van Willem de Raad om de Dieze af te sluiten, ten einde die altijd bevaarbaar te houden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1576-1577. Deel 2, blz 934
1610 Kapittel 20.
Bevel tot het vegen der rivier de Dieze.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1610-1611. Deel 2, blz 1200
1611 Kapittel 5.
• Commissie naar 's Gravenhage aangaande de opening der Dieze bij Crevecoeur.
• Commissie naar Brussel over die openening.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1611-1612. Deel 2, blz 1202
1611 Kapittel 18.
Gedeputeerden der Staten van de Vereenigde Provinciën, met de Ingenieurs te 's Hertogenbosch, over de opening van den Dam in de Dieze bij Crevecoeur.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1611-1612. Deel 2, blz 1205..1206
1612 Kapittel 5.
• Commissie naar 's Gravenhage, tot het afhalen van den Ingenieur belast met de doorgraving der Dieze en om te verzoeken wijziging in het ontwerp voor die doorgraving, te mogen maken.
• Afpaling van die doorgraving.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1612-1613. Deel 2, blz 1207
1612 Kapittel 17.
• Commissie van Gedeputeerden uit de Meijerij en van de Stad, aangaande het openen van den Dam in de Dieze bij Crevecoeur.
• De kwartierschouten der Meijerij aangeschreven om de bijdragen door de vier kwartieren tot opening der rivier de Dieze te betalen, over te zenden.
• Het nieuw kanaal de Dieze bij Crevecoeur, onder Empel, aangenomen.
• Kosten voor het verblijf voor de aannemers van dat kanaal.
• Commissie te Empel op het graven van het nieuw kanaal.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1612-1613. Deel 2, blz 1210..1211
1613 Kapittel 5.
• Commissie naar Heusden en Crevecoeur.
• Commissie naar 's Gravenhage, aangaande de opening van den dam in de Dieze en over de tollen te Gorinchem en Grave.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1613-1614. Deel 2, blz 1213
1614 Kapittel 18.
• Commissie met den Ingenieur mr. Jan van der Wegen naar Crèvecoeur, tot het doen der afmetingen van het nieuwe kanaal.
• Bevel dat de Dieze moet geveegd worden en verbod der nieuwe negenmannekens.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1614-1615. Deel 2, blz 1220..1221
1617 Kapittel 21.
Baggerlieden uit Rotterdam doen opneming der rivier de Dieze bij Crevecoeur om die bij gelegenheid uit te diepen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1617-1618. Deel 2, blz 1246
1618 Kapittel 12.
Opgraving der Dieze, het slijk en de aarde daaruit komende in de bolwerken gebragt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1618-1619. Deel 2, blz 1250
1624 Kapittel 23.
Onderzoek naar het tijdstip, dat de Dieze binnen de Stad gegraven werd, tot afwering der van de pretentie des Hoogrentmeester.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1624-1625. Deel 2, blz 1321