Hoofdmenu

Artikelen    
Stadsrekeningen    
Verhalen en legenden    

Poorten (algemeen)

Stadspoorten
Door Henny Molhuysen

De middeleeuwse vestingstad werd beschermd door een brede gracht en hoge, stevige muren. In deze muren was een aantal poorten, waardoor men de vestingstad binnen kon komen. Ook waren er waterpoorten zodat schepen de stad in en uit konden varen.
De allereerste stad kende in de 13e eeuw drie landpoorten die zich op het einde van de Schapenmarkt, in de Orthenstraat en aan het begin van de Hinthamerstraat bevonden. Volgens overlevering waren ze betaald door de drie andere Brabantse steden en droegen daarom hun namen. Het waren de Antwerpse, de Brusselse en de Leuvense poort. 's-Hertogenbosch groeide en er kwam bebouwing buiten de wallen. In de 14e eeuw werden nieuwe stadsmuren aangelegd, die ongeveer overeenkomen met de huidige door muren omringde binnenstad. Met twee uitzonderingen: er waren eveneens stadspoorten in de Vughterstraat (ter hoogte van de Kuipertjeswal, later Vughterbinnenpoort geheten) en in het Hinthamereind (bij de Hofstad: De Pijnappelse poort), omdat de twee laatste uitbreidingen (Vughterdijk en het laatste deel Hinthamereind) pas later gerealiseerd werden.
Dat betekende dat door de vergroting van de stad en de verlegging van de stadsmuren de oude muren en poorten hun functie verloren hadden. Wat moest ermee gebeuren?
Van de drie oudste poorten werd de Antwerpse direct afgebroken; wij komen die in de archieven verder niet meer tegen. De Brusselse poort werd gebruikt als een opslagplaats voor het kruit. Toen in het begin van de 17e eeuw een apart Kruithuis werd gebouwd, kreeg de voormalige stadspoort een nieuwe functie: het ambachtsgilde van de kramers gebruikte het als vergaderlokaal. De Leuvense poort werd ingericht tot gevangenis en bleef dit tot het begin van de 19e eeuw.
De 14e-eeuwse stadspoorten kregen later eveneens een nieuwe bestemming. In 1723 werd de Pijnappelse poort vanwege bouwvalligheid gesloopt. De Vughterbinnenpoort diende in de 16e eeuw eveneens tot gevangenis. Een eeuw later werd er de ontleedkamer van de Bossche chirurgijns in gevestigd. En vervolgens vergaderde het schuttersgilde De Jonge Voetboog er. De gehele 18e eeuw was er de 'Antiquiteit- en Konstkamer' in gevestigd: het eerste Bossche museum.
In de 19e eeuw verdwenen alle Bossche stadspoorten die er nog over waren. Omstreeks 1800 werd de Brusselse poort gesloopt. In de laatste jaren van de regeerperiode van Napoleon moest hij zijn troepen dikwijls met grote snelheid verplaatsen. Met zijn soldaten rondom 's-Hertogenbosch trekken kon niet: de omgeving was er te drassig voor. Vooral als hij door de Vughterstraat en de Hinthamerstraat trok, waren de beide laatste binnenpoorten een sta-in-de-weg. In 1813 werden daarom op zijn bevel de Leuvense poort en de een toren van de Vughterbinnenpoort gesloopt.
Nadat 's-Hertogenbosch haar functie als vestingstad verloren had, verdwenen op het eind van die eeuw, ongeveer honderd jaar geleden, de laatste Bossche stadspoorten. Slechts foto's herinneren ons aan hun stoere uiterlijk. Een nieuwe bestemming kregen zij niet; daarvoor waren zij te hinderlijk voor het moderne verkeer. Slechts de vestingmuren bleven staan: die konden niet gesloopt worden, want dan zou de met meters grond opgehoogde binnenstad als het ware wegzakken.


Brabants Dagblad donderdag 21 januari 1993
 

1921

Jan Mosmans

Twee onbekende poorten in den oudsten Bossche ringmuur
Taxandria 28 (1921) 227-279
1993

Henny Molhuysen

Verhalen en legenden : Stadspoorten
Brabants Dagblad donderdag 21 januari 1993 (foto)
1995

Redactie

'Ook Antwerpsepoort bedreigd'. Knillis bezorgd over resten stadspoorten
Brabants Dagblad donderdag 23 november 1995
 

1497 Kapittel 19.
Buitengewone bewaring van stads poorten en torens.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1497-1498. Deel 1, blz 37
1501 Kapittel 10..16. Zijn uitgaven aan stads fabrijkage, van gebouwen, straten, vestingwerken, Diezewerken, havenwerken, poorten, bruggen, dijken, vonders, enz.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1501-1502. Deel 1, blz 60
1502 Kapittel 20.
Bewaking der poorten op de tijding dat de Gelderschen vergaderden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1501-1502. Deel 1, blz 63
1502 Kapittel 20.
Kosten van bewaring en bewaking der stad en hare poorten benevens van de opteekening van alle in- en uitgaande personen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1502-1503. Deel 1, blz 71
1503 Kapittel 15 en 17.
Dit kapittel bevat zooals in vorige rekeningen, de uitgaven van timmerwerk en arbeidsloon, het is echter meer uitgebreid in werken aan poorten, bruggen en vestingtorens.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1503-1504. Deel 1, blz 77
1503 Kapittel 18.
Stadspoorten bewaakt en de in- en uitgaande opgetekend als voorzorgmaatregel tegenover de dreigende houding der Gelderschen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1503-1504. Deel 1, blz 77
1507 Kapittel 22.
Order tot het luiden der klok voor het openen en sluiten der stadspoorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1507-1508. Deel 1, blz 143
1512 Kapittel 25.
• Bewaking van stads vesting poorten.
• Schepen en andere regeringsleden, op hunne beurt met de bewaking der poorten des nachts en de visitatie der wachten des daags, gedurende den oorlog belast.
• De Hinthamer- en Ortherpoort, alsmede den Clovenierstoren, ten tijde dat de Gelderschen Hintham en Orthen verbrandde, ook des nachts door de busmeesters met geschut bewaakt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1512-1513. Deel 1, blz 274
1514 Kapittel 62.
Hout voor bruggen en poorten der stad.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1514-1515. Deel 1, blz 300
1520 Kapittel 70.
Wakers aen den boom en aan de poorten, om op te nemen welke personen aldaar, zoo te voet als te paard, inkwamen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1520-1521. Deel 1, blz 359
1523 Kapittel 89.
Klokken in de vestingpoorten en torens, om die bij overval des vijands in den nacht, te luiden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1523-1524. Deel 1, blz 403
1531 Kapittel 103.
Wakers aan stads poorten tijdens de onrustige beweging der Gelderschen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1531-1532. Deel 1, blz 485-486
1534 Kapittel 28.
Visitatie van stads vestingmuren, poorten en torens.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1534-1535. Deel 1, blz 515
1535 Kapittel 113.
Dagwakers aan de Poorten tot wering die Luteranen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1535-1536. Deel 1, blz 523
1535 Kapittel 114.
Stads werklieden naar Grave gezonden, om aldaar de val of schot poorten op te nemen ten einde die alzoo in de poorten te 's Hertogenbosch te maken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1535-1536. Deel 1, blz 524
1536 Kapittel 24.
Dagwakers aan de poorten der stad 's Hertogenbosch, om te waken tegen het indringen van verdachte personen tijdens de Gelderschen krijgsvolk vereenigde zonder dat men wist wat zij daarmede voor hadden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1536-1537. Deel 1, blz 525
1541 Kapittel 28.
• Dagwakers aan de poorten der stad.
• Bewaking der poorten tijdens den inval van Marten van Rossem door schutters uit de vier schutterijen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1541-1542. Deel 1, blz 586
1544 Kapittel 30.
Wachters aan de poorten tegen de secten der luteranen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1544-1545. Deel 1, blz 628
1548 Kapittel 9.
De woningen boven stads vestingpoorten verhuurd, vestingwallen en bolwerken verpacht.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1548-1549. Deel 1, blz 657
1551 Kapittel 17.
Hoogen waterstand. Waterkeering aan de poorten der stad.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1551-1552. Deel 1, blz 673
1552 Kapittel 18.
Wachters aan de poorten, om te beletten dat iemand van het Hoogduitsche krijgsvolk den weg door de stad nam.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1552-1553. Deel 1, blz 681
1566 Kapittel 12.
Herstel van poorten, vestingwerken en bruggen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 758
1566 Kapittel 24.
• Zware ijzeren krammen met haken en verder sluitwerk aan de offerkist uit het lieve vrouwe koor gehaald, en tot berging der sleutels van stads vestingpoorten op het stadhuis gebragt.
• Sloten, sleutels en ijzeren bomen tot sluiting der vuchter- en hinthamerpoorten.
• Sluitwerk aan de onderscheidene andere poorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 770
1566 Kapittel 27.
• Brand in de wachten, aan de poorten en binnen de stad in de straten.
• Verschillende wachten aan de poorten in de straten der stad en aan de kloosters betrokken, met aanwijzing van den • tijd, waarop die plaats hadden.
• De wachten aan de poorten en aan den Boom tegen 6 st. en de wachten binnen de stad tegen 4 st. voor brand betaalt.
• De wachten worden van lieverlede ingetrokken, de laatsten duurden tot den 11 Maart 1567.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 773..775
1566 Kapittel 29.
De sloten en sleutels der poorten en vestingtoorens van de stad, op last van den Graaf van Schouwenburg veranderd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 784
1566 Kapittel 30.
• Antonie van Bombergen Kapitein van Sectarissen, neemt den 9 Maart 1567, met geweld de sleutels der stads poorten en vestingtorens in bezit en behoudt die tot 12 Maart, als wanneer zij bij overeenkomst met stadsregering in een ijzeren kist worden gesloten waarvan Bombergen de eenen en de vier schutterijen de andere sleutel zouden hebben. Die kist wordt uit het Lieve Vrouwe koor gehaald, vermaakt en op het stadhuis gebragt.
• Herman de Ruijter, doet op last van Bombergen een slot hangen op de kist waar de sleutels der Stads poorten in zijn.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 784
1573 Kapittel 13.
Herstellingen aan verschillende vestingtorens der Stad, aan de poorten, bruggen, wachten en andere vestingwerken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1573-1574. Deel 2, blz 891
1575 Kapittel 23.
De burgers betrekken de wachten aan de poorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1575-1576. Deel 2, blz 917
1576 Kapittel 9.
De Regering van 's Hertogenbosch doet hout koopen voor brand en herstel van poorten en bruggen, ten tijde van de spanjaarden afgeworpen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1576-1577. Deel 2, blz 932
1577 Kapittel 20.
In plaats van de klerken der Stad, ledige mannen uit de Schutterijen belast met het waken aan de poorten, om alle de in en uitgaande personen naauwkeurig op te teekenen en daarvan boek te houden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1577-1578. Deel 2, blz 963
1578 Kapittel 14.
Herstellingen aan de vestingwerken, poorten, schothekels, vestingtorens, casematten, bruggen, enz.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1578-1579. Deel 2, blz 979
1578 Kapittel 16.
• Kastjes of doozen met ijzer beslagen, aan de poorten te hangen om des nachts brieven te verzenden en te ontvangen.
• Kastje in de raadkamer met zes sloten, tot berging der sleutels van Stads poorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1578-1579. Deel 2, blz 980
1580 Kapittel 16.
Pioniers aan het groot en klein bolwerk, om de poorten met aarde toe te bolwerken en tot versterking der borstwering achter den jongen schuts bogaard.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1580-1581. Deel 2, blz 1012
1583 Kapittel 16.
Schrijvers aan de poorten, om alle inkomende en uitgaande personen op te teekenen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1583-1584. Deel 2, blz 1045
1584 Kapittel 12.
Sluiting der schotbalken in de poorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1584-1585. Deel 2, blz 1049
1588 Kapittel 3.
Bewaarders en bijzitters aan de schotbalken in de poorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1588-1589. Deel 2, blz 1073
1592 Kapittel 15.
Onderscheidene compagnien van het leger voor de poorten liggende, met bier bier beschonken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1592-1593. Deel 2, blz 1098
1593 Kapittel 15.
Bevel om binnen vier dagen alle boomen, heggen en plantsoen buiten de poorten af te houwen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1593-1594. Deel 2, blz 1102
1605 Kapittel 17.
Acht en twintig huizen en erven aan de verschillende poorten, door de Stad tot uitbreiding der vestingwerken, aangekocht.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1605-1606. Deel 2, blz 1167
1615 Kapittel 18.
Toezigt aan de poorten om te beletten dat personen uit Vegchel of omliggende plaatsen, met pest besmet, worden toegelaten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1615-1616. Deel 2, blz 1228
1629 Kapittel 21.
Betaling voor het sluiten en openen van Stads vestingspoorten.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1629-1630. Deel 2, blz 1358