|
Waterpoort (zuidelijk) (Herman Moerkerkplein)
|
|
De restanten van de Waterpoort vóór 1914.
Bron: Stadsarchief (0013099)
~~~
Deze poort van de eerste ommuring stond op het Herman Moerkerkplein.
~~~
Restanten van oude waterpoort XIIIA, bestaande uit twee halve ronde hoektorens waarvan de noordelijke later is opgemetseld en momenteel nog zichtbaar is. De zuidelijke toren bevindt zich bijna geheel onder het huidige maaiveld.
Gebouw van eenvoudige doch harmonische architectuur en van oudheidkundige waarde.
Bron: Ontwerp -aanvullende - monumentenlijst voor de gemeente 's-Hertogenbosch 1977
~~~
De zuidelijke waterpoort is nog gedeeltelijk aanwezig bij het Herman Moerkerkplein. Staande op de brug van het Groot-Ziekengasthuis in de Gasthuisstraat of aan het einde van de Korte Waterstraat, kan men nog het zware ronde voetstuk van de noordelijke toren van deze poort waarnemen. Bij onderzoek in 1994 is gebleken dat er in de zeventiende en in de negentiende eeuw herstellingswerkzaamheden aan hebben plaatsgevonden. Van de andere toren van de poort is onlangs weer een deel opgemetseld. De poort bezat sleuven in de torens waarin de balken konden worden neergelaten. Door een grote boom vlak boven het water te hangen, verhinderde men dat boten de stad binnen konden varen. Ook dit gegeven is onlangs in de bestrating weergegeven.
Bron: De Moerasdraak
|
De Gasthuistoren
|
Nabij het tweede Groot Ziekengasthuis en wel op de uiterste punt, die daar ter plaatse door de beide armen der Dieze gevormd wordt, stond oudtijds een toren, waarvan het onderste stuk is afgebeeld in Deel I blz. 17; deze en de aan de overzijde dier rivier gestaan hebbende toren, waarvan het onderste stuk ook nog bestaat, vormden de twee steunpunten van eene waterpoort. Vanaf laatstbedoelden toren liep een nu nog grootendeels bestaande vestingmuur Zuidwaarts tot aan de Gevangen poort. Al deze vestingwerken maakten eens een deel uit van de allereerste omwalling van den Bosch.
| 286 |
|
J. van Oudenhoven deelt in zijne Beschryvinge der stad 's Hertogenbossche 1e uitgave blz. 46 over eerstbedoelde toren het volgende mede: Is daer (bij het Groot Ziekengasthuis n.l.) noch een oudt, hooch ende vast ghebouw, hebbende 't fatsoen ende den naem van eenen tooren ende wort nu ghenoemt de Gasthuystooren, correspondeerende op 't achterste deel van de oude Lovensche poort, nu de Ghevangenpoort.
Op dezen toren hebben betrekking de navolgende Bossche Schepenakten:
| a. | eene van 1513 (Reg. n° 108 f. 319), waarin vermeld wordt, dat Arnd van Campen, de zoon van Goeswijn, de zoon van Tyelman van Campen, dien toren verkocht had aan Daniel Noeden. |
b. | eene van 24 Februari 1574 (Reg. n° 224 f. 237 vso), waarbij jonker Jan van Werdenborch Janszn, heer van Gansoyen, als man van Catharina en jonker Raesse van Grevenbroeck Franchoyszn als weduwnaar van Barbara, welke beide dochters waren van jonker Jan van Raveschot, aan Jan Comans Henrickszn verkoopen 1/3 in huys, erve, hoff, geheten den Thoren, staande bij de Gevangenpoort achter de Waterstraat tusschen het erf van jonker Jan van Vladeracken, heer van Geffen, ex uno en de Dieze ex alio en het een einde, strekkende met het andere einde tot aan het erf van het Groot Ziekengasthuis, de Dieze tusschen beiden loopende, met het recht om eene brug over die Dieze te slaan en het recht van uit te wegen naast zeker huisje of kamer, in die Waterstaat staande; (welke Jan Comans het voorschrevene 27 Augustus 1575 bij akte, verleden ten overstaan van den notaris Nyclaes Gerardszn van Someren, schonk aan Franchoys van Gestel Henrickszn). |
c. | eene van 5 Januari 1577 (Reg. n° 237 f. 341 vso), waarbij Domicellus Lambert en zijne zuster Elisabeth, kinderen van Joost van Gerwen en Yda, de dochter van Lambrecht Millinck, zoo voor zich en als gemachtigden hunner ouders, 1/4 in voormeld huys, erve, hoff, geheten den Thoren, verkoopen aan Henrick, zoon van genoemden Franchoys van Gestel Henrickszn. |
| 287 |
| d. | eene van 23 September 1593 (Reg. n° 247 f. 192), waarbij Christina de Leeuw weduwe van laatstgenoemden Franchoys van Gestel en hun zoon Henrick van Gestel voornoemd voorschreven 1/3 en 1/4 schenken aan Goijard van Engeland, meester en rector van voormeld Groot Ziekengasthuis, ten behoeve van hetzelve. |
e. | eene van 26 Februari 1594 (Reg. n° 257 f. 178 vso), waarbij jonker Lambert en Elisabeth van Gerwen voornoemd 1/12 in meergemeld huys, erve, hoff, geheten den Thoren, dat zij niet had kunnen vesten, vermits zij daarover een proces hadden moeten voeren, thans, nu zij dat proces hadden gewonnen, verkochten aan laatstgenoemden Henrick van Gestel, waarop deze, die toen raad van den Bosch was (evenals diens vader Franchoys, die ook nog meester en rector van meergemeld gasthuis was), dat 1/12 ook schonk aan genoemden Goijard van Engeland ten behoeve van de armen crancken desselffs gasthuys in conformiteit van eene gelijke gift, door hem, Henrick en door Christina de Leeuw, zijne schoonmoeder, weduwe van Franchoys van Gestel meergenoemd, op 23 September 1593 met andere parten gedaan. |
f. | eene van 3 Februari 1606 (Reg. n° 250 f. 359), waarbij a. jonker Coenraad Froen als man van Catharina van Velraedt gen. Mentter, dochter van jonker Willem en Ysabella van den Broeck, (de dochter van jonker Henrick, schout te Reckheim en Ryckelt, en Anna van den Velde, dochter van wijlen Aert 't Zoens en Ysabella, de dochter van Louis van den Velde); Peter Creyen als man van Mechteld van Waelwyck en hare zuster Elisabeth van Waelwyck weduwe van Johan Caponus, in tegenwoordigheid van haren behuwdzoon Bartel Dullaerts en Anna van Waelwyck, zijnde zij allen kinderen en erfgenamen van Aerd van Waelwyck en Anna van den Velde, de dochter van Aert 't Zoens en Ysabella van den Velde voornoemd en makende zij zich nog sterk voor Sander en Anna van Waelwyck, kinderen van Henrick van Waelwyck, hunnen oom; b. jonker Balthasar Ryckelt, zoon van jonker Mathijs en Anna van den Broeck, Peter de Pott als man van Anna |
| 288 |
| | Ryckelt, Henrick van Meer als man van Elisabeth Ryckelt, allen als erfgenamen van jonker Mathys Ryckelt en Anna van den Broeck voornoemd, voor de eene 1/2 en c. Henrick van Velraedt gen. Mentter, zoon van jonker Willem en Ysabella van den Broeck voornoemd, zij tevens als zich sterk makende voor hunnen oom Hans van den Broeck, als hij nog zoude leven, voor de andere 1/2, verkoopen aan Goijard van Engeland, schepen van den Bosch, 1/3 in eene huysinge oft thoren ende hoff, staande en gelegen tusschen de Dieze ex uno en tusschen den tuin van het huis van den Heer van Geffen ex alio, en zich uitstrekkende vanaf de erven van Henrick van Casteren, Willem Wels en meer anderen, (het water tusschen beiden loopende doch met eene brug overwelfd zijnde), tot aan het erf van het Groot Ziekengasthuis. |
Dit gasthuis is nog steeds eigenaar van de plaats, alwaar meerbedoelde toren eens stond en van den daartoe behoorenden tuin. Wanneer die toren werd afgebroken is onbekend.
| 289 |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 286-289
|
| |
|
De Waterpoort
Door Henny Molhuysen
Fors en majestueus is de afgelopen week de toren van de uit 1225 daterende waterpoort tevoorschijn gekomen bij de restauratiewerkzaamheden aan de Binnendieze.
De uit het eind van de twaalfde eeuw daterende vestingstad 's-Hertogenbosch kreeg al spoedig na haar stichting een beschermende stenen muur om de stad tegen de vijand te beschermen. In deze vesting kwamen drie kostbare stadspoorten, waarvan de kronieken vertellen dat deze geschonken werden door de drie andere Brabantse steden: Leuven, Brussel en Antwerpen. De jonge stad kende ook twee waterpoorten.
's-Hertogenbosch was gesticht op een dekzandrug temidden van de delta van de rivieren Aa en Dommel. Deze rivieren stroomden vlak langs de huidige Markt en werden daarom gebruikt als een verdedigingsmiddel: erachter verrezen de stadmuren. Eén uitzondering: al direct werd een tak van de rivier de Aa binnen de stad geleid: dit om de handelsfunctie van de nederzetting te stimuleren. En hier begint de Binnendieze! Want de Bossche Binnendieze is eigenlijk het restant van de delta van de Aa en de Dommel die binnen de ommuurde stad zijn komen te liggen.
Bij de restanten van de waterpoort begon de Binnendieze. Het was niet mogelijk 'zo maar' door te varen vanaf de Aa: nee, er zal wel degelijk een bewaking aanwezig geweest zijn. Ruim een eeuw is de waterpoort in functie geweest. In 1318 kreeg de stad toestemming haar muren te verleggen en dat gebeurde in de loop van de veertiende eeuw. De twee waterpoorten verloren toen hun vestingfunctie, evenals de drie landpoorten.
De waterpoort bij het Rozemarijnpoortje heeft daarna een 'verborgen' bestaan geleid. Slechts vanaf de Binnendieze kon men haar zien. Deze Binnendiezetak - oorspronkelijk van de rivier de Aa - werd vanaf het begin van de negentiende eeuw van water voorzien door de Dommel. Varend op de Binnendieze, of vanaf het bruggetje in de Gasthuisstraat kon men de toren(s) zien. De meeste Bosschenaren wisten niet van het bestaan af.
Kees Spierings schreef erover in Het Bisdomblad van 19 november 1965: „Ik zie al uw verbaasde gezichten en hoor uw even verbaasde uitroepen bij mijn mededeling dat dit oeroude muurgedeelte nog steeds bestaat.” Toen Spierings dit schreef, was de oudste Binnendiezetak (stromend vanaf deze waterpoort naar een zelfde poort in de buurt van het Geertruikerkhof) inmiddels gedempt en was één van de torens geheel onder het zand verdwenen. Maar hij gaf wel een suggestie: „Had ik het voor het zeggen, ik maakte achter in de Korte waterstraat een open poort... om stadgenoot en vreemdeling gelegenheid te geven, ongestoord en in stilte peinzend te genieten van dit weergaloos mooie plekje stadschoon.”
Er kwam een doorgang vanuit de Korte Waterstraat en een aan het Herman Moerkerkplein. De ene toren bleef echter grotendeels 'verstopt' achter het zand van de gedempte Binnendiezetak, de andere toren zat geheel onder het maaiveld. Bij de restauratie van de Binnendieze is nu de toren weer grotendeels naar voren gekomen en zal ook de andere toren hoogstwaarschijnlijk een accent krijgen. Nu reeds duidelijk te zien vanuit de Gasthuisstraat, maar binnenkort via het Herman Moerkerkplein.
Brabants Dagblad donderdag 13 februari 1992
|
| |
| 1992 |
A.H. van Drunen
De waterpoort bij het Herman Moerkerkplein
's-Hertogenbosch (Introduktienummer 1992) 31-33 [pdf]
|
| 1992 |
Henny Molhuysen
Verhalen en legenden : De Waterpoort
Brabants Dagblad donderdag 13 februari 1992 (foto)
|
| 1998 |
Wim Hagemans
Geschenk van aannemer Van den Bouwhuijsen aan stad Den Bosch. Toren Bossche waterpoort keer terug
Brabants Dagblad dinsdag 9 juni 1998 (foto)
|
| |
|
|
De oude waterpoort, vóór 1960
H. Corvers
(tekening)
's-Hertogenbosch Waterstad
|
| |
|