| 1555 |
Kapittel 18.
Kosten der stad tot het opgraven en diepen der stadsgrachten tusschen St. Jans- en de Vuchterpoort.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1555-1556. Deel 1, blz 700
|
| 1566 |
Kapittel 15.
Stadsgrachten opgegraven, ten einde verdere verwoesting inn kerken en kloosters voor te komen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 758
|
| 1576 |
Kapittel 5 en 6.
• Bevel aan die van Vucht en op het Reut, om het ijs in Stads vesten te komen breken.
• Bevel aan die van Orthen, om het ijs in de Stads vestinggrachten te komen breken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1576-1577. Deel 2, blz 921
|
| 1601 |
Kapittel 13.
Verschillende andere werken tot versterking der Stad, zoo vóór als tijdens de belegering.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1601-1602. Deel 2, blz 1136
|
| 1633 |
Kapittel 35.
De aannemer van het uitdiepen der Stads vesting gracht van het nieuwe tot het houten bolwerk, eene toelaag betaald voor het niet toedammen der groote hekel on om zijnen dam zoo te leggen, dat de vaart en de stroom haren loop door de Hekel bleefbehouden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1633-1634. Deel 2, blz 1390
|
| 1642 |
Kapittel 28.
Uitgaven voor het reinigen der riolen onder den wal aan de gracht bij de Pijnappelsche poort en het uitdiepen der gracht aldaar.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1642-1643. Deel 2, blz 1428
|
| |