|
Vrouwenconvent Zusters van Orthen (1409 - ca 1670) (Zusters van Orthenpoort)
|
|
Gesticht als klooster voor de Zusters van het Gemene Leven in ca 1423. Kort daarop vestigden zich de Broeders van het Gemene Leven nabij het klooster. Van het vrouwenklooster resteert nog het poortgebouw langs de Dieze. Dit uit de tweede helft van de 15de eeuw daterende gebouw is na de Tweede Wereldoorlog zo ingrijpend vernieuwd dat praktisch alle oude bouwonderdelen, waaronder een zeer zeldzame kapconstructie verloren zijn gegaan.
Van het mannenklooster zijn nog enige muurresten aanwezig in het huis aan het eind van de Louwse Poort en in de tuin ten zuiden van dit huis.
Bron: Kloosters, Kronieken en Koormuziek
~~~
Oorspronkelijk ingericht als nonnenklooster. Later is het tot in de zeventiende eeuw in gebruik geweest als zogenaamd dubbelklooster, dat wil zeggen voor zowel vrouwen als mannen.
Na de opheffing van het klooster in 1629 werden de gebouwen geleidelijk verkocht en afgebroken. Het mannengedeelte van het klooster verdween in de loop van de achttiende eeuw, het vrouwengedeelte bleef tot in de twintigste eeuw in gewijzigde vorm aanwezig, onder de naam Materhuis.
Tegenwoordig is alleen nog het voormalige refter als laatste restant van het klooster overgebleven. Het oude poortgebouw aan de Dieze werd na de Tweede Wereldoorlog gesloopt en vervangen door een op het orgineel geïnspireerde nieuwbouw.
Bron: Historische Maquette 's-Hertogenbosch Stad & Vesting
zie: kerken, kloosters en refugiehuizen
|
Een toepdrive in de voormalige kloosterpoort
Door Henny Molhuysen
Op de Hinthamerstraat komen een aantal smallere straatjes en steegjes uit. Als we in een daarvan een blik werpen, valt meteen een poortgebouw op, dat misschien wel oud lijkt, maar het niet is. Vandaag nemen we een kijkje achter de voorgevel van: Zusters van Orthenpoort 20.
Een ouder poortgebouw op deze plaats gaf eens toegang tot het klooster Ten Orten. Oorspronkelijk was het blijkens het testament uit 1423 van pastoor Thomas van Geffen bestemd voor vrouwen. Zij legden geen geloften af, maar leidden een gemeenzaam leven volgens de statuten van het kapittel van Windesheim.
In 1444 besloot Joannes van Wezel, rector van het klooster, ook fraters op te gaan nemen. Zo ontstond het dubbelconvent Ten Orten. In 1435 hadden de zusters het recht gekregen een eigen kapel te stichten, toegewijd aan St.-Andreas en St.-Agnes. Hiervan gingen de fraters ook gebruik maken. In de andere gebouwen leefden de seksen natuurlijk gescheiden. Het aantal vrouwen in het klooster is altijd veel hoger geweest dan het aantal mannen. Zij probeerden veelal de kost te verdienen met het weven van linnen. Hiertegen kwam het gilde van de linnenwevers natuurlijk in opstand. Ook toen de zusters in 1471 probeerden hun weefgetouwen naar Vught te verplaatsen ontstond er hevig protest. Hertog Karel de Stoute greep in en verbood het verplaatsen van de weefgetouwen.
In 1481 hadden de zusters wel heel hoog bezoek. Bij gelegenheid van het 14e kapittel van de ridderorde van het Gulden Vlies in de stad, logeerde er hertogin Maria van Bourgondië, samen met haar zoontje, de latere Philips de Schone.
Toen in 1629 Frederik Hendrik de stad veroverde, moesten de mannelijke kloosterlingen de stad direct verlaten. Veel waren het er niet meer in het dubbel klooster: drie priesterfraters. De 104 zusters mochten blijven, maar aangezien er geen nieuwe zusters opgenomen mochten worden, was ook dit klooster tot uitsterven gedoemd.
Het kloostercomplex raakte in verval. In het begin van deze eeuw stonden er nog drie delen: 'het Pand' (nog steeds aanwezig achterin de Louwse Poort), het materhuis en het poortgebouw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het materhuis zowat gesloopt om aan brandhout te komen. De restanten werden na afloop van de oorlog ook opgeruimd. Er ontstonden restauratieplannen voor het poortgebouw, maar dit stortte eensklaps in. De restauratieplannen verdwenen toen van de tafel en de restanten werden afgebroken.
Op dezelfde plaats werd een nieuw poortgebouw opgetrokken door medewerkers van de G.S.W. (Gemeentelijke Sociale Werkplaats), onder toezicht van Gemeentewerken. Het nieuwe poortgebouw werd veel lager dan het oorspronkelijke pand. En waar eens een poort met een ronde boog toegang verleende tot het complex erachter, verscheen een rechthoekige poort, die doorgang biedt naar een pleintje.
In 1957 werd het pand als sociëteitsruimte verhuurd aan het HTS-corps. Deze studentenvereniging bestond reeds dertig jaar en had al die jaren van de ene naar de andere ruimte gezworven: meestal in horecagelegenheden. De soos moest uitgroeien tot een trefpunt van de HTS-er na schooltijd: „Hij kan er elke avond z'n neutje nemen als hij dat wil, en er tussen de middag overblijven. Vrijdagsavonds wordt er, voor zover de studie dat toelaat, door het bestuur 'iets georganiseerd' en 'een aparte sfeer geschapen'. Het kan een toepdrive zijn, maar evengoed een lezing door mr. Hilterman”. Er zijn sedertdien in het poortgebouw heel wat wilde feesten geweest, waarbij soms het ergste te vrezen was voor de vloer en waarbij overlast voor de buurtbewoners optrad. Sinds de HTS opgegaan is in de Hogeschool 's-Hertogenbosch biedt het poortgebouw onderdak aan de studentenvereniging Quos Ego van deze Hogeschool.
Brabants Dagblad donderdag 18 januari 1996
|
| |
|
Het klooster van de Zusters van Orthen
Deze zusters zijn geen monialen of regulieren, maar vanwege het feit dat ze samenwonen en ook eenvoudig en uniform gekleed gaan, en leven onder een vader en moeder die het bestuur over haar uitoefenen, lijken zij op monialen. In het jaar des Heren 1427 zijn zij met haar congregatie begonnen. Eerst hielden deze zusters verblijf op de plaats van de Heilige Trinitas (op den Triniteit), niet ver van het klooster van de cellebroeders vandaan. Daarna zijn ze verhuisd naar de plaats waar ze nu wonen, namelijk bij het fraterhuis. Later, toen ze met vlas spinnen en weven naarstig haar kost verdienden (want ze waren met 700 zusters), werd haar door de stedelijke beoefenaars van dit handwerk de uitoefening van dit weven verboden. Daarom is de helft van de zusters (die voor het weven geschikt waren) naar Vught gestuurd, naar de plaats waar nu de kartuizers wonen, en daar wijdden zij zich tegen de zin van de wevers in de stad met grote ijver aan haar weefarbeid en maakten grote winst uit haar handenarbeid. Zij hadden daar een kapel en andere kloostergebouwen, maar leefden in gehoorzaamheidaan de vader en moeder van het Bossche klooster, en de zusters in de stad en zij die in Vught woonden, vormden één gemeenschap. Ten slotte namen de zusters die in Vught woonden, in het jaar des Heren 1473 het plan op zich los te maken en af te scheiden van de gemeenschap van en de gehoorzaamheid aan de zusters in 's-Hertogenbosch, door zich een nieuwe vader en moeder te kiezen om aan te gehoorzamen. Zo gauw de zusters in 's-Hertogenbosch dit
| 137 |
vernamen, riepen zij onmiddelijk alle zusters van Vught naar 's-Hertogenbosch terug, lieten al haar huisraad per boot naar 's-Hertogenbosch terughalen en verkochten deze plaats in Vught voor 1300 andriesgulden. Maar zij zijn deze geldsom weer kwijtgeraakt door toedoen van de bisschop van Luik, omdat deze verkoop simonie was, daar ze een gewijde plaats als een profane verkochten. Daarna is deze plaats aan de broeders kartuizers gegeven om er te wonen en zij deze plaats nog tot op de dag van vandaag.
| 139 |
J.A.M. Hoekx, G. Hopstaken, A.M. van Lith-Drooglever Fortuijn en J.G.M. Sanders, Kroniek van Molius : Een zestiende-eeuwse Bossche priester over de geschiedenis van zijn stad ('s-Hertogenbosch 1992) 137-139
|
| |
|
Het Klooster der Zusters van Orthen
|
Tegenover het voormalig klooster der Clarissen stond oudtijds aan de Hinthamerstraat eene poort, die in eene Bossche schepenakte van 1504 genoemd wordt de Colverspoort, doch reeds in 1623 heette de Zusters van Orthenpoort, welken naam die poort, voor zooverre zij thans nog bestaat, ook nu nog draagt. Laatstgemelden naam ontleende zij aan het klooster, dat achter die poort stond en dat der Zusters van Orthen geheeten werd, omdat het zijn ontstaan dankte aan ridder Johan van Orthen, doordien deze daartoe bij zijn testament van 1409 zijne goederen had bestemd. Met behulp daarvan hebben daarop de Broeders des gemeenen levens te Zwolle omstreeks het jaar 1424 dat klooster opgericht en aan het hoofd daarvan gesteld hunnen medebroeder, den priester Johannes van den Zande 1).
De zusters, welke daarna in dit klooster kwamen, waren geen eigenlijke nonnen, want kloostergeloften legden ook zij niet af; zij leidden alleen maar met elkander een gemeenschappelijk leven volgens de Statuten van de Broeders des gemeenen levens.
Omstreeks het jaar 1444 werd dit klooster een zooge-
| 133 |
naamd dubbelklooster, d.w.z., dat er bij kwam een mannenklooster onder naam van domus Sancti Andreae. Dit was eene groote merkwaardiglieid, omdat deze combinatie van een mannen- met een vrouwenklooster de eenige was van de Broeders des gemeenen levens; hun stelregel was o.a. toch: quod sine licentia rectoris nemo in locutorio aut ante portam cum femina qualibet colloquium habeat; te meer was die combinatie eene merkwaardigheid, omdat de dubbelkloosters herhaaldelijk door de Katholieke Kerk verboden waren en de kloosterhervormers steeds tegen dergelijk soort van kloosters hadden geijverd. De Broeders van den H. Andreas woonden, ondanks dat het klooster van hen en de Zusters van Orthen een dubbelklooster was, daarom nog niet met haar onder een dak; zij bewoonden toch een gebouw, hetwelk van dat dezer zusters was afgescheiden; alleen hadden zij met haar de kloosterkerk gemeen en was hun rector tevens de overste van het geheele dubbelklooster. Ook deze broeders legden geene kloostergeloften af; zij leidden alleen maar met elkander een gemeenschappelijk leven 2) volgens statuten, welke nagenoeg gelijk waren aan die der Broeders des gemeenen levens. Zij schijnen maar weinig in getal te zijn geweest. Zeer talrijk waren daarentegen de Zusters van Orthen; haar aantal zoude wel 700 hebben bedragen. Zoo schreef dan ook Cuperinus 3) dat toen Koning Christiaan van Denemarken in 1521 te den Bosch „gecomen was in den heiligen Geest, om te sien twee groote bussen, die in 't (dat) Godshuys lagen, hy werd geleyt in den susterenclooster van Orten, dat welcke hy rondsomme bewandelde en hy dede allen die susteren mit paren beneven hem gaen en hy verwonderde hem seer van die groote menichte der susteren, die doen in dat clooster was”.
De Zusters van Orthen vonden haar bestaan in de
| 134 |
linnenweverij. Dit blijkt o.a. uit een charter van Karel den Stoute van 27 April 1474, berustende in de verzameling handschriften van het Prov. Gen. van K. en W. in Noordbrabant, vermits daarin over die Zusters het volgende voorkomt: „Les seurs de la maison Saint Andrien de Orthen en nostre ville de Bois le Duc nous ait esté exposé et remonstré comment en la dite maison de Saint Andrien a été d'ancienneté et encores est à présent une notable congregation de femmes y vivans en commun et con ensemble et gaignans leur vie honnestement à filer et faire linges et ja soit ce que les dites femmes ou seurs ne soient dans une religion ou profession, ains (mais?) ajant franc arbitre de pouvoir yssir et partir de la dicte maison de Sainct Andrien quant bon leur semble et comme personnes layes eulx mettre en estat de mariage ou autrement en leur plaisir”.
Volgens Schutjes t.a.p. IV blz. 479 kwam het Bossche Weversgilde 4) doch volgens van Heurn Beschrijving de Regeering van den Bosch er tegen in verzet, dat de Zusters van Orthen linnen weefden, op grond dat hare burgerij er te veel schade door leed; om die reden zette omstreeks het jaar 1435 het grootste gedeelte der Zusters van Orthen zich als succursaal van het Bossche klooster te Vught neder, alwaar het alstoen de linnenweverij ging uitoefenen; ook bouwde het daar toen eene kapel 5). In 1473 wilden de Zusters van Orthen, welke zich te Vught hadden nedergezet, zich van het Bossche moederhuis losmaken en een eigen pater en mater kiezen, doch zoodra kwam dit niet aan de Bossche Zusters van Orthen ter oore of dezen begaven zich met vele pleiten en schuiten naar Vught, van waar zij hare collega's met haar huisraad naar haar klooster in den Bosch brachten; van toen af aan waren al
| 135 |
de Zusters van Orthen daar weder bijeen en verkochten zij daarop in hetzelfde jaar 1473 het succursaal te Vught voor 1300 Andriesgulden aan Arnold van Herlaer en zijne echtgenoote Aleydis Piecke, die het overgaven aan de Karthuizers van Olland, welke zich daarna er in nederzetten 6); de Bisschop van Luik ontnam haar echter het geld, dat zij er voor gekregen hadden, omdat hij het succursaal te Vught als eene gewijde plaats en daarom den verkoop daarvan als simonie beschouwde.
In het jaar 1481 logeerden in het klooster der Zusters van Orthen Maria van Bourgondie, de gemalin van Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk en hun driejarig zoontje Philips, dat later den naam kreeg van Philips den Schoone; zij gaf tijdens haar verblijf in dit klooster daaraan eene som gelds om daarvoor een nieuw altaar te laten maken.
Het klooster der Zusters van Orthen bezat te den Bosch, behalve de eigenlijke kloostergebouwen en de reeds gemelde kloosterkerk, welke aan den H. Andreas, apostel en de H. Agnes was toegewijd, ook nog groote tuinen, welke zich uitstrekten van af de Schilderstraat tot aan de straat, genaamd In de Boerenmouw en die doorliepen tot aan den Wal.
Hoewel het, als gezegd, geen eigenlijk klooster was, werd toch het klooster der Zusters van Orthen na de reductie van den Bosch in 1629 door den Staat genaast; deszelfs Zusters mochten daarin evenwel blijven wonen totdat zij uitgestorven waren, wat omstreeks 1692 zal zijn geschied, want op 24 November van dat jaar werd door Johan baron van Leefdael, heer van Liessel, oud-president schepen en raad van den Bosch, in zijne hoedanigheid van rentmeester-generaal der Episcopale en andere geestelijke goederen, het Zusters van Orthenklooster verkocht, alsmede 't huys hier hevoren bewoont by de major-commandant der stadt, welk huis ook een deel van dit klooster schijnt geweest te zijn en in de straat de
| 136 |
Boerenmouw stond. Deze goederen werden in de daarvan opgemaakte Schepenakte van den Bosch (Reg. n° 507 f. 295) aldus omschreven:
| I |
Het deel van het Zusters van Orthenklooster van den eersten en grootsten koop, dat ligt binnen het Materskwartier en het Wil(wiel?)huis en zoo voorts, als van het Wilhuis gerooid wordt volgens de kaart figuratief op den muur van 's Landsgebouw, geapproprieerd voor den Heer Kommandant dezer stad, op welk erf naar de Groote Kerk staat 's Paters woning met nog eenige huisjes, zoover als zich het erf des kloosters uitstrekt tot achter de Boerenmouw. (Dit deel werd gekocht door Bernhard Massingh, predikant te den Bosch).
|
| II |
Zeker erf en woning van den eersten koop, beginnende met een einde aan den tuin van Sr. Looyen achterwaarts tot op het erf van den tweeden koop, en grenzende met de eene zijde aan het erf van den predikant Massingh en met de andere zijde aan den gemeenen weg. (Kooper hiervan werd Herman van Luynen te den Bosch).
|
| III |
Zeker gedeelte erf van den eersten en grootsten koop (van) het klooster, liggende dit gedeelte naast het Brouwhuis en de Lijkpoort, vóór deze verkooping bewoond door den heer van Gageren, (Kooper hiervan werd Rogier van Heze, burger van den Bosch).
|
| IV |
Het overige, waarvan in de vorige koopen geene melding is gemaakt, specteerende het tot den eersten koop, zijnde het deel, waarop staan de kerk en de bierbrouwerij met hetgeen daartoe behoort, zoo ketel als anderzins. (Kooper hiervan werd Mathijs Smits, metselaar te den Bosch 7).
|
| 137 |
| V |
Het geheele kwartier, op de kaart figuratief 8) met geel gekleurd, gelegen tusschen de Wetering ex uno en de Spinkamer ex alio en zich uitstrekkende met de eene zijde tot den waterloop en met de andere zijde tot tegen het erf van den Kommandant der stad. (Kooper hiervan werd Willem van Gestel, notaris te den Dungen 9).
|
| VI |
De derde koop of het deel, dat grenst eenerzijds aan den weg, die naar den Wal gaat 10) en anderzijds aan het erf 11) van den Kommandant der stad en zich uitstrekkende met de eene zijde tot tegen de Wetering en het Koeienhuis en met de andere zijde tot tegen den Wal. (Kooper hiervan werd Simon Coenraet Lintworm, raad en rentmeester-generaal der Studiebeurzen te den Bosch.)
|
| 138 |
| VII |
De vierde koop, zijnde de Koehof, gelegen tusschen de Dieze en het Koeienhuis ex uno en den waterloop ex alio. (Kooper hiervan werd Gerard van Noort, notaris en klerk ter Secretarie te den Bosch)
|
Van Heurn zegt in zijne Beschrijving, dat na dezen verkoop: de kerk en verscheide gebouwen van dit klooster zijn afgebroken en de plaats (er van) in moestuinen veranderd; veele gebouwen van hetzelve zijn echter thans nog in weezen; een van die word door den eigenaar bewoond, en de overige verhuurd; eenige perceelen zijn (later) afzonderlijk verkogt, waarop burgerhuizen gebouwd zijn.
Van het klooster der Zusters van Orthen zijn thans nog overig een poorthuis en het huis van de Mater, welke gebouwen staan over de Dieze, aan het eind van de straat, de Zuster van Orthenpoort genaamd, alsmede het zoogenaamde Pand, dat aan het einde van het straatje, de Louwsche poort geheeten, en wel aan de overzijde der Dieze staat en thans genummerd is 47. Dit laatste gebouw is met eenen daarbij behoorenden tuin door genoemden Rogier van Heze gemaakt tot eene stichting, bestemd tot huisvesting, tegen betaling eener geringe huur, van onvermogende, alleen zijnde mannen en vrouwen. Het merkwaardige van deze stichting is, dat aan haar geen testament of andere schriftelijke wilsuiting van den oprichter ten grondslag ligt, maar dat haar substraat enkel en alleen is zijn mondelinge en alzoo niet beschreven wil. Waarschijnlijk uitte Rogier van Heze zijnen wil tot oprichting van die stichting slechts mondeling, omdat het met de stichting van Hesther van Griensven gebeurde hem zal hebben afgeschrikt om eene stichting bij testament of andere akte in het leven te roepen. Zijne rechtverkrijgers hebben steeds zijnen wil geëerbiedigd en zoo is het geschied, dat de stichting van Rogier van Heze ten slotte een zelfstandig bestaan heeft gekregen, ondanks dat daarvan geen stukje papier aanwezig is en dat zij nog altijd bestaat. Dientengevolge wonen ook nu nog, tegen eene zeer lage huur, onvermogende mannen en vrouwen
| 139 |
in het Pand; bovendien worden hun sedert de laatste jaren uit de inkomsten dezer stichting van tijd tot tijd uitkeeringen in brood en steenkolen gedaan. Regenten van die stichting waren gedurende de laatste 100 jaren grootvader, vader en zoon van Meeuwen, welke laatste was de oud-president van het Gerechtshof te den Bosch, Jhr. mr. Petrus van Meeuwen, die zich enkele jaren als mede-regent had toegevoegd Eduard van de Mortel, ook wonende aldaar.
| 140 |
| Noten | | 1. | D. M. Schoengen Jacobus Trajecti alias de Voecht narratio p. 80. | | 2. | Over hun verzet tegen hunnen rector omstreeks het jaar 1459 zie men Dr. Schoengen t.a.p. blz. 129-130. | | 3. | Dr. C.R. Hermans Kronijken p. 86. | | 4. | Eerst in 1509 kreeg dit Gilde van de Bossche Regeering eene kaart. | | 5. | De Zusters van Orthen hadden ook nog eene nederzetting op de Pettelaar onder St. Michielsgestel en kregen in 1462 vergunning om aldaar eene kapel te bouwen. | | 6. | J. van Oudenhoven l.c. p. 121. | | 7. | Mathijs Smits was later schout van Wijk bij Heusden en zijne vrouw was Francina Buys, die na zijnen dood hertrouwde met Jacob Lange. Den 12 Maart 1743 (Reg. no 561 f. 154 vso) verkochten hunne erfgenamen, zijnde: a. Bernardus van Bangstee, president-schepen van Heusden en Johan Rietvelt, procureur te den Bosch, als voogden over de minderjarige kinderen van genoemde echtelieden; b. Johanna Smits, eerst weduwe van Hendricus Draak en later van Willem Moringh, zoo voor zich en als zich sterk makende voor de kinderen, gesproten uit haar eerste huwelijk; c. Jacobus van der Wal, als gehuwd met Cornelia van der Does; Mathijs Smits en Cornelis van Vlijmen, als gehuwd met Francina Smits, kinderen en kindskinderen van Mathijs Smits en Francina Buys, aan Jacobus van der Wal voornoemd: den koop sub IV, die nu omschreven werd als: 1. vier hooge huizen met hunne erven en met den stal van het Zuster van Orthenklooster, strekkende de erven van voren tot aan de hekkens van den gemeenen weg en op zijde, alswaar de stal is, ten einde van denzelve en voorwaarts tot aan den sloot, zijnde nu een klein moestuintje; 2. zeven huizen, rechts en links van de poort van het klooster met eenen grooten zolder zoo boven die poort als boven eenige van die huizen, mitsgaders het ledig erf, alwaar bevorens de bierbrouwerij heeft gestaan, met het erf daarbij behoorende. Genoemde van der Wal betrok een dezer huizen metterwoon. | | 8. | Het origineel van deze kaart berust in het archief der gemeente den Bosch, de copie daarvan in de verzamelingen van het Prov. Genootschap van K. en W. in Noordbrabant. | | 9. | De gezusters Barbara en Anna van Gestel verkochten dezen koop 28 April 1698 aan Willem van Hulst, welke dien 16 Februari 1703 weder verkocht aan Rogier van Heze (nu genaamd van Heesch (Reg. no 484 f. 122) | | 10. | Toen Dirck van 's Gravesande, raad van den Bosch en ontvangergeneraal der Beurzen en Nicolaas van Blotenburg, procureur te den Bosch, in hunne hoedanigheid van curators over de nalatenschap van Simon Coenraet Lintworm dezen derden koop 29 Nov. 1701 (Reg. no 514 f. 226 vso) verkochten aan mr. Jacob Comans, rentmeester der kerken te den Bosch, werd in de daarvan opgemaakte akte gezegd, dat voorschreven weg was de Schilderstraat. | | 11. | In voorzegde akte staat dat dit erf was het erf der huysinye, bewoond door den Commandeur van den Bosch. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 133-140
|
| |
| 1933 |
Jan Mosmans
De Zusters "van Orthen". Een overblijfsel van haar klooster
Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche courant (29 april 1933) 1..2
|
| 1950 |
N.N.
De Zusters van Orthenpoort te 's-Hertogenbosch
Katholiek Bouwblad 9 (1950) 129-133
|
| 1976 |
A.M. Bogaerts, E.M. Cresens
Inventaris van het dominikaans archief
Dominikaans archief (Leuven 1976)
|
| 1988 |
P.L. Leget-Kuijlen, J.N. Leget
De zusters van Orthen te 's-Hertogenbosch
Genealogisch tijdschrift voor Oost-Brabant 3 (1988) 133-136
|
| 1996 |
Henny Molhuysen
Achter de voorgevel : Een toepdrive in de voormalige kloosterpoort
Brabants Dagblad donderdag 18 januari 1996 (foto)
|
| 2002 |
Ad van Drunen
Zusters van Orthenklooster
Kloosters en religieus leven ('s-Hertogenbosch 2002) 63
|
| |
| 1498 | | Zusteren van Orten | Stads Rekeningen van het jaar 1399-1800. Deel 1, blz 31 |
| 1629 | | Susters van Orten | Kaart beleg 's-Hertogenbosch 1629 |
| 1629 | | Convente vande susteren van Orten | Stads Rekeningen van het jaar 1629-1630. Deel 2, blz 1350 |
| 1645 | | 't Clooster van de Susters van Oorten | Kaart Sylva Ducis Gallis Bois le Duc German sHertogen Bos ca 1645 |
|
| |
| 1423 |
Blijkens het testament van Thomas van Geffen, pastoor van Wijshagen, bestaat er in de Hinthamerstraat het klooster van de Zusters van Orthen, die geen geloften afleggen, maar een gemeenzaam leven leiden volgens de statuten van het kapittel van Windesheim. Hun patroonheilige is Sint Andreas. Zij voorzien in hun onderhoud vooral door het weven van linnen, waartegen natuurlijk het weversgilde in verzet komt.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| 1452 |
De zusters van het Gemene Leven van het Orthenconvent voorzien in hun onderhoud door te weven; dit zeer tegen de zin van de stad. Zij proberen zich aan de verboden van het stadsbestuur te onttrekken door hun weefgetouwen naar Vught te verplaatsen. Tevergeefs, want hertog Filips de Goede (later ook hertog Karel de Stoute) steunt de stad. De eerste ordonnantie tegen deze ontduiking van het convent dateert van 1452.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| 1471 |
De zusters van het Orthenconvent hebben een complete weverij en spinnerij. De gilden protesteren fel en de zusters proiberen opnieuw hun weefgetouwen naar Vught te verplaatsen. Eén jaar later (op 7 april 1472) verbiedt hertog Karel de Stoute de verplaatsing van deze weefgetouwen naar Vught.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| 1481 |
Maximiliaan roept het veertiende Kapittel van de orde van het Gulden Vlies te 's-Hertogenbosch bijeen. Tijdens zijn verblijf in Den Bosch logeert Maximiliaan in het Predikherenklooster. Zijn vrouw en zoontje Filips (drie jaar oud en later 'de Schone' genoemd) verblijven in het klooster van de Zusters van Orthen.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| 1507 |
In het jaar des Heren 1507 kochten de Zusters van Orthen de cijns van het bier af voor 1800 gulden op voorwaarde dat ze weer de cijns daarover moesten betalen, zodra de stad haar dit geld gerestitueerd had en dit zes maanden voor het verstrijken van de betaaltermijn aangekondigd had.
Bron: Kroniek van Molius
|
| |
|
|
De Zusters van Orthenpoort, z.j.
Kees Pasmans ()
(olieverf op doek, 43.0 x 53.5 cm)
F.A.M. Pasmans, 's-Hertogenbosch
|
|
|
Het Materhuis van het klooster van de Zusters van Orthen. In 1942 gesloopt
Frans J.F. Kops (1873-1951)
(olieverf op doek, 50.0 x 70.0 cm)
Hartman-Kops, 's-Hertogenbosch
|
|
|
Het Materhuis van het klooster van de Zusters van Orthen. In 1942 gesloopt
Hendrik de Laat (1900-1980)
(gekleurde potloodtekening, 36.5 x 50.0 cm)
Prentenkabinet Bibliotheek Provinciaal Genootschap, 's-Hertogenbosch
|
|
Het poortgebouw van het voormalige klooster van de Zusters van Orthen in 1853
A.J. van Opstal (1792-1858)
(olieverf op paneel, 34.0 x 43.0 cm)
Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch
|
|
|
Keldergewelven van het klooster der Zusters van Orthen, in 1948
André Verhorst ()
(krijttekening in zwart/rood, 50.5 x 32.0 cm)
Prentenkabinet Bibliotheek Provinciaal Genootschap, 's-Hertogenbosch
|
| |
| 1587 |
Kapittel 16.
Schadeloosstelling aan de zusters van Orthen voor hun vaartuig, ter gelegenheid der overzetting van de Spanjaarden in den Bommelerwaard, vermist.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1587-1588. Deel 2, blz 1069
|
| |
|