Vrouwenconvent Sint Elisabeth-Bloemenkamp (1400 - ?) (Achter de Tolbrug)
Prospect vanuit het noorden. In het midden de kerk van Sint Jan. Op de voorgrond het gebouwencomplex van het Sint Elisabeth Bloemenkampklooster. Detailopname.
Bron: Stadsarchief (0000123)
~~~
zie: kerken, kloosters en refugiehuizen
|
De Bossche kloosters tot aan de inname van de stad in 1629
De zusters Achter de Tolbrug (Sint Elisabeth-Bloemenkamp)
Dit klooster bestond al in 1410. Het lag aanvankelijk op de Papenhulst, daarna werd in 1542 hun klooster op de Windmolenberg gebouwd. Ze onderhielden de regels van de derde orde van St. Franciscus (Tertiarissen). In 1459 gaf de bisschop van Luik, Louis de Bourbon, hen toestemming hun klooster te verkopen (aan de zusters des Gemene Levens, die daar het klooster Bethanië vestigen) en verkregen ze het recht een nieuw klooster met kerkhof op te richten en het slot in te voeren. Ze bouwen dan het klooster Achter de Tolbrug, toegewijd aan de HH. Elisabeth en Agnes. In 1532 sluiten ze zich aan bij het Kapittel van Zepperen tot in 1568 de paus het gezag van dit kapittel over de Franciscanessen ontnam. Het klooster had te lijden van de beeldenstorm en de kerk werd in 1575 door een onweer beschadigd. Hun statuten vindt men in Coeverincx. Na 1629 stierven ze langzaam uit.
| 26 |
J.A.M. Hoekx, 'De Bossche kloosters tot aan de inname van de stad in 1629' in Bossche Bouwstenen VI (1983) 12-36
|
| |
|
Het Klooster achter de Tolbrug
|
De geschiedenis van dit voormalig klooster, ook wel het Convent van den derden regel van St. Franciscus of de St. Elisabeths bloemenkamp genaamd, vindt men uitvoerig vermeld bij Schutjens t.a.p. IV p. 485.
Johan baron van Leefdael, heer van Deurne, verkocht 27 October 1707 (Reg. n° 527 f. 22) als raad en rentmeestergeneraal van de Episcopale en andere geestelijke goederen, dit klooster met de daarbij behoorende gronden, met uitzondering van eene beemd en eenen moestuin, die, zooals wij op blz. 222 reeds zagen, al in 1641 verkocht waren, in acht verschillende koopen aan onderscheidene particulieren; deze koopen waren:
| a. | de eerste koop: de stalling in de Korte Tolbrugstraat, grenzende aan het water Westwaarts, de Lange Tolbrugstraat Oostwaarts, het huis der Wed. van der Horst Zuidwaarts en de koopen 2 en 3 Noordwaarts; |
b. | de tweede koop: een deel van de kerk met eenige oude gebouwen en een tuintje, alles gelegen tusschen gezegden stal en eenen gang of galerij, waardoor men van de Korte Tolbrugstraat in die kerk kwam: |
c. | de derde koop: het overig deel van gezegde kerk met een oud gebouw langs de voormalige Dieze en een stuk tuin, ook gelegen tusschen meergezegden stal Zuidwaarts en gezegden gang of galerij Noordwaarts; |
| 371 |
| d. | de vierde koop: een oud gebouw over gemelde voormalige Dieze met een stuk van eenen grooten tuin, alles gelegen aan de Zuidzijde van den dikwerf gezegden gang of galerij; |
e. | de vijde koop: eene oude woning met een gedeelte galerij en een stuk erf, ook gelegen aan de Zuidzijde van den gang of galerij; |
f. | de zesde koop: een gedeelte eener stalling met een stuk erf, gelegen langs de Tolbrugstraat tusschen den vijfden en den zevenden koop; |
g. | de zevende koop: het ander gedeelte van die stalling met een stuk erf, gelegen langs de Tolbrugstraat tusschen den zesden en achtsten koop; |
h. | de achtste koop: een moestuin. |
Na dezen verkoop werden de langs de Lange Tolbrugstraat gestaan hebbende kloostergebouwen tot huisjes of woninkjes verbouwd.
Theodorus Eymberts, koopman te Bergen op Zoom en Anna Gondelaa Eymberts, huisvrouw van Johan Baptist Lurachi, in hunne hoedanigheid van voogden over de onmondige kinderen van Daniel van Veen en diens huisvrouw Maria Catharina Eymberts, verkochten 2 Juni 1731 (Reg. n° 545 f. 108) den door genoemden van Veen in 1707 gekochten tweeden koop, welke nu was: eene kerk, zoomede zes huisjes en één hoveniershuizing, een klooster geweest zijnde, met eenen tuin van voren en eenen tuin daarachter in de Korte Tolbrugstraat, ook tot dat klooster behoord hebbende, aan Daniel Mobachius Quaat, Michiel Samuel Rosendael en Hendrik Draak; van deze lieden kwamen die goederen ten slotte aan genoemden Michiel Samuel Rosendael, koopman te den Bosch en Cornelis Harel te Rotterdam; zij werden toen gezegd te zijn: „eene kerk met zes afzonderlijke huisjes en nog eene afzonderlijke hoveniershuizing en woning, vroeger een klooster geweest zijnde, met eenen tuin van voren en nog eenen tuin daarachteraan sluitende, staande en gelegen in de Korte Tolbrugstraat
| 372 |
en begrensd door O. de gemeene straat, W. de Dieze, Z. het ander gedeelte van gezegd klooster en N. den gemeenen ingang of galerij. Laatstgenoemde koopers werden ook eigenaars van voorbedoeld ander gedeelte van het klooster met den tuin aan de Tolbrugstraat, staande en gelegen tusschen hetgeen, als laatstgezegd, een klooster geweest was, ex uno en het erf van de erfgenamen der Wed. van der Horst ex alio, strekkende voor van de Korte Tolbrugstraat tot achteraan tegen het water of eene sloot; zij verkochten die eigendommen 13 Januari 1744 (Reg. n° 563 f. 202 vso) aan de stad den Bosch, die daarop in datzelfde jaar eenige van de op die eigendommen staande gebouwen deed afbreken en op een deel van hunne erven en daarbij behoorende gronden drie blokken barakken of wel eene kazerne heeft doen bouwen tot kazerneering van 1134 man infanterie; zij heette later de Tolbrugkazerne. De andere kazernes, welke die stad in dat jaar of in het daaraan voorafgaand jaar deed bouwen, waren, zooals wij reeds zagen, de St. Jacobskazerne voor 960 man infanterie; de Mortelkazerne voor 840 man cavalerie en de Berewoutkazerne voor 384 man artillerie. Het leggen van garnizoen in de Lange Tolbrugstraat was de aanleiding, dat in die straat, hoewel zij tot dusverre nooit eene voorname doch wel eene fatsoenlijke straat was geweest, gevestigd werden verscheidene verdachte danshuizen en bordeelen, welke laatsten een eeuw geleden in den Bosch kabinetten van liefde werden genaamd.
Van hetgeen de stad den Bosch voor den bouw der Tolbrugkazerne, zooals gezegd, had aangekocht, was daarvoor een stuk niet noodig; zij bestemde dat stuk daarom tot eene hovenierswoning met moestuin. Den 27 April 1758 (Reg. n° 573 f. 135 vso) verkocht zij dien tuin, welke alstoen omschreven werd als: „een moestuin, gelegen in de Tolbrugstraat ter plaatse waar het Klooster achter Tolbrug had gestaan, hebbende zijnen ingang naast den aschbak der Barakken en strekkende van den hoogen muur dier barakken tot aan de houten heining van den tuin van Rudolph van Rijn en zijnde
| 373 |
voorts begrensd door den tuin van na te noemen koopster Tolbrugstraatwaarts ex uno en den tuin van Anthony van Hanswijk ex alio”; koopster werd toen daarvan Petronella de Zeeuw, weduwe van Anthony Suyskens, koopvrouw te den Bosch. Van haar werd die tuin geërfd door haren zoon Anthony Mathias Suyskens, zilversmid te den Bosch, welke dien vergrootte door van een en zekeren Petrus Schippers er een stuk bij te koopen; hij vermaakte dien aldus vergrootten moestuin aan zijne vrouw Isabella Helena Josephina van Balen, die na zijnen dood hertrouwde met Lambertus Gerardus Antonius Schenck van Nydeggen 1); staande dit tweede huwelijk verkocht zij 16 Januari 1786 (Reg. n° 602 f. 70 vso) een deel van dien tuin aan Dirk van Roothuysen, koopman te den Bosch en het ander deel, ten behoeve van het Rijk, aan Nicolaas Cornelis Tieboel 2), luitenant-kolonel-ingenieur en directeur van het Departement de Nedermaas en Waal; laatstbedoeld deel werd toen aldus omschreven: „het klooster, genaamd de Koepoort, staande in de Tolbrugstraat en bestaande alsnu: in vijf woningen met zolder onder één dak en den grond van een afgebrand pakhuis, alsmede in eenen moestuin, gelegen vanaf gezegd klooster tot aan den publieken weg onder de Boomkens (de Hooge Nieuwstraat n.l.). Volgens Van Heurn Beschrijving was dit zoogenaamd klooster, dat toen, als gezegd, de Koepoort werd genaamd, het eenige gedeelte van het Klooster achter de Tolbrug, dat tot dusverre nog was blijven staan; het werd in het jaar 1786 door het Rijk afgebroken, waarna door hetzelve op het erf daarvan zoomede
| 374 |
op het overig terrein, dat het Rijk als voormeld, had aangekocht, gebouwd werd 's Landsmagazijn, dat thans nog bestaat.
De Tolbrugkazerne is eenige jaren geleden als zoodanig afgekeurd geworden en daarop door de gemeente den Bosch verkocht aan nu wijlen Maurits van den Bergh, schoenfabrikant aldaar; zij behoort thans aan de naamlooze vennootschap van den Bergh's schoenfabriek.
Een eind verder in de richting van de Markt naast het huis aan den hoek van de Lange Tolbrugstraat en de Suikerstraat, alzoo in deze laatste straat, stond Het huis van mr. Hendricus Agyleus.
| 375 |
| Noten | | 1. | Toen deze man was overleden hertrouwde zij andermaal en wel met den gepensionneerd luitenant-kolonel Johannes Zeebis, die na haren dood in 1806 te den Bosch hertrouwde met Dorothea Allegonda van Hellenberg, weduwe van Jean Paul Vincent. | | 2. | Hij kocht 14 Februari 1778 van Barthelemi Lassere, chirurgijn-majoor, een huis in de Kerkstraat te den Bosch, dat een uitgang in de Korte Putstraat had en naast het huis de Drie papagaaien stond; den 22 Juni 1791, toen hij commandant van het fort Crévecoeur was, verkocht hij dat huis weder en wel aan Johan Verstelt, auditeur-mililair en notaris te den Bosch; het was toen genummerd E n° 100. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 371-374
|
| |
|
|
| • | Bevelschrift bisschop van Luik aan moeder klooster achter de Tolbrug in 's-Hertogenbosch om Wijnand van Ravenstein als pater van het klooster te ontslaan, 1533 (inv.nr. 1)
|
| • | Legger van cijnzen, met uitreksel van cijnsakten sedert 1341, 1560-1566 (inv.nr. 2)
|
| • | Akte van overdracht, verleden voor schepenen van 's-Hertogenbosch, van cijnzen door Walburg Hendriks de Bie aan Dirk van Kessel, secretaris van 's-Hertogenbosch, voor het klooster Achter de Tolbrug, 1618 (inv.nr. 3)
|
|
| |
| 1952 |
J.A. ten Cate
Aanvulling op de geschiedenis der Tertiarissenkloosters achter de Tolbrug te 's-Hertogenbosch en Catharinenberg te Oisterwijk
Bossche Bijdragen 22 (1952/1955) 145-153
|
| 1983 |
mr. J.A.M. Hoekx
De zusters Achter de Tolbrug
Bossche Bouwstenen VI ('s-Hertogenbosch 1983) 26
|
| 1994 |
N.N.
Archeologisch onderzoek in Bossche binnenstad. Delen voormalig klooster bloot gelegd
Brabants Dagblad donderdag 22 december 1994 (foto)
|
| 1995 |
Wim Hagemans
Archeologisch onderzoek Loeffplein duurt anderhalf jaar. Speurtocht naar oudste weg richting Orthen
Brabants Dagblad vrijdag 19 mei 1995 (foto)
|
| 1995 |
Johan Treling
Archeologisch onderzoek in het Tolbrugkwartier (1)
's-Hertogenbosch 1 (1995) 29-33 [pdf]
|
| 1995 |
Johan Treling
Archeologisch onderzoek in het Tolbrugkwartier (2)
's-Hertogenbosch 2 (1995) 61-63 [pdf]
|
| 1995 |
Johan Treling
Archeologisch onderzoek in het Tolbrugkwartier (3)
's-Hertogenbosch 3 (1995) 92-94 [pdf]
|
| 2002 |
Ad van Drunen
Sint-Elisabeth Bloemkampklooster
Kloosters en religieus leven ('s-Hertogenbosch 2002) 68-69
|
| |
| 1498 | | Zusteren achter die Tolbrugh | Stads Rekeningen van het jaar 1399-1800. Deel 1, blz 31 |
| 1629 | | Convente achter de Tolbrugge | Stads Rekeningen van het jaar 1629-1630. Deel 2, blz 1350 |
| 1645 | | 't Clooster Achter de Tolbrug | Kaart Sylva Ducis Gallis Bois le Duc German sHertogen Bos ca 1645 |
|
| |
| 1452 |
In dit jaar wordt een klooster gesticht: 'Bloemenkamp' dankzij de mildadigheid van jonkvrouwe Johanna van Vlierden. De religieuzen zijn tertiarissen met als patronessen de H. Elisabeth en de H. Agnes. Achtereenvolgens is het klooster gevestigd op de Windmolenberg, op het Hinthamereinde en Achter de Tolbrug.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| 1691 |
Het klooster 'Achter de Tolbrug' wordt door de Raad van State afgestaan aan de stad om er een tuchthuis van te maken.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| 1786 |
Het voormalige klooster van St. Elizabeth Bloemenkamp achter de Tolbrug wordt gesloopt om plaats te maken voor een arsenaal.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
|
| |
| 1521 |
Kapittel 75.
Het convent St. Geertruide te 's Hertogenbosch ontvangt loten voor aan de stad 's Hertogenbosch geleende gelden.
Idem de conventen achter Tolbrug op den Uilenburg en de Bogaarden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1521-1522. Deel 1, blz 367
|
| 1542 |
Kapittel 10.
Het convent achter tolbrug.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1542-1543. Deel 1, blz 591
|
| |
|
| 1962 |
|
|
|
|
|