Hoofdmenu

Artikelen    
Geschiedenis    
Kroniek van Molius    
Stadsrekeningen    

Mannenconvent Cellebroeders of Alexianen (1420 - ca 1576) (Parade/Weesstraat)

zie: kerken, kloosters en refugiehuizen

Het klooster van de cellebroeders
133


J.A.M. Hoekx, G. Hopstaken, A.M. van Lith-Drooglever Fortuijn en J.G.M. Sanders, Kroniek van Molius : Een zestiende-eeuwse Bossche priester over de geschiedenis van zijn stad ('s-Hertogenbosch 1992) 133
 

1873

L.H.C. Schutjes

Alexianen of Cellebroeders
Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch IV (1873) 389-391
1983

mr. J.A.M. Hoekx

Alexianen of Cellebroeders
Bossche Bouwstenen VI ('s-Hertogenbosch 1983) 21
2002

Ad van Drunen

Cellebroedersklooster
Kloosters en religieus leven ('s-Hertogenbosch 2002) 65
 

1420 Voor het eerst worden de Alexianen of Cellebroeders vermeld. Aanvankelijk bewonen zij een huis in de Hinthamerstraat en leiden een gemeenzaam leven. Zij verplegen pestlijders en slachtoffers van andere besmettelijke ziekten en begraven deze ook.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1470 De Alexianen of Cellebroeders bewonen een geregeld convent aan de zuidzijde van het Begijnhof (of huidige Parade) en gaan over tot de regel van Sint Augustinus. Hun kloosterkerk wordt toegewijd aan Sint Augustinus, Sint Alexis en aan de H. Drievuldigheid. Aan dat laatste dankt de Triniteitstraat haar naam.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1566 In 1566 namen de broeders weeskinderen op om de gevolgen van de beeldenstorm te ontgaan. Deze list slaagde.
Bron: Bossche Bouwstenen VI
1576 In 1576 wordt hun huis definitief tot stadsweeshuis bestemd omdat de broeders waren uitgestorven.
Bron: Bossche Bouwstenen VI
 

1542 Kapittel 10.
De cellebroeders te 's Hertogenbosch.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1542-1543. Deel 1, blz 591
1576 Kapittel 12.
Met de beeldstorming en bij de vernieling der kerken en godshuizen, worden de weezen door den Pater der Cellebroeders in het convent opgenomen en daardoor dat convent voor vernieling gespaard.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1576-1577. Deel 2, blz 919