Hoofdmenu

Artikelen    
Benaming    
Bosch allerlei    
Geschiedenis    
Onderzoeken    
Stadsrekeningen    

Mannenconvent Bogarden (1309 - ca 1600) (Verwersstraat 47)

De bogarden waren vrome mannen die naar het voorbeeld der begijnen in de 13e eeuw, gezamelijk een leven leidden van gebed, boete en handenarbeid. In Den Bosch verenigden zij zich in 1309; in 1340 aanvaarden ze de regel van de derde orde van Sint Franciscus. Hun klooster was gelegen achter de huizen van de Verwersstraat, aan de overkant van de Dieze; daar, rondom omgeven door de lakenindustrie, verdienden ook zij de kost met weven op de getouwen die ze op de weefkamer van hun klooster hadden staan.
Op den duur verloor deze vorm van kloosterleven toch zijn werfkracht. Het getal der bogarden liep terug. Omstreeks 1588 was hun klooster bijna uitgestorven. Zij stonden het daarom af aan de zusters van het Rosmalense klooster Sint Annaborch die in 1572, na de plundering van dit klooster door de hervormden, naar Den Bosch waren gevlucht en tot dan een onderkomen hadden gevonden in het huis De Cluyt, dat gelegen was ongeveer ter plaatse van het wachthuis links van de ingang van het Gouvernementsplein.
Bron: Rondom en in het Gouvernement
~~~
Precies een maand na afkondiging van het Twaalfjarig Bestand komen er vanuit Antwerpen vijf Jezuïeten naar Den Bosch. Zij worden hartelijk ontvangen door bisschop Masius en vestigen zich in het voormalige Bogardenklooster in de Verwersstraat.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
~~~
zie: kerken, kloosters en refugiehuizen

Mannelijke begijnen
Door Ed Hupkens

Midden in een wijk, die in de late middeleeuwen het centrum was van de lakenindustrie, leefde een kleine, typisch middeleeuwse kloostergemeenschap: de bogarden. Een stil zijsteegje van de Verwersstraat, het Oud Bogardenstraatje, herinnert eraan dat zij in deze buurt hebben geleefd en gewerkt. Bogarden of begarden waren vrome mannen die naar het voorbeeld van de begijnen in de 13e eeuw, gezamenlijk leefden en zich toelegden op gebed, innerlijk leven en handenarbeid. In 1309 kochten enkele mannen een huis in de Verwersstraat, ongeveer op de plaats van het huidige Noordbrabants Museum en bestempelden het tot klooster. De bogarden verdienden de kost met het weven van wollen lakens. Net als de begijnen waren het geen echte kloosterlingen, maar hadden ze een status tussen een kloosterling en leek in. Bogarden kun je mannelijke begijnen noemen.
In 1439 namen ze de regel en kledij van de derde orde van Sint Franciscus aan, enkele bogarden werden tot priester gewijd. In 1467 sloten acht bogarden zich aan bij de orde van de Kruisheren. Naderhand ontstond er een conflict tussen de nieuwe Kruisheren en de overgebleven bogarden over het eigendomsrecht van de kloostergebouwen. Paus Paulus II besliste in 1469 ten gunste van de bogarden, waardoor de Kruisheren gedwongen waren te vertrekken.
Het aantal bogarden was in 1526 tot zeventien opgelopen. Daarna begint er langzaam een verval in te treden. Omstreeks 1588 was hun klooster bijna uitgestorven, er leefden er toen nog twee. Het klooster werd afgestaan aan de zusters van Sint Annenborch, in 1613 kochten de jezuïeten het.


Stadsblad woensdag 18 juli 2007
 

1873

L.H.C. Schutjes

Bogarden
Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch IV (1873) 397-399
1983

mr. J.A.M. Hoekx

Begijnen en Bogarden
Bossche Bouwstenen VI ('s-Hertogenbosch 1983) 16
1991

Ad van Drunen, E. Jas, J.A. van Oudheusden

Kloosters, Kronieken en Koormuziek
Het Noordbrabants Genootschap ('s-Hertogenbosch 1991) 29
2002

Ad van Drunen

Bogaardenklooster, later Tertianenklooster en van 1609-1629 Jezuïetencollege
Kloosters en religieus leven ('s-Hertogenbosch 2002) 74
 

1498 BoegardenStads Rekeningen van het jaar 1399-1800. Deel 1, blz 31
 

1309 Er ontstaat in de stad een godsdiensige vereniging van jonge mannen, de Bogarden, die geen kloosterhabijt dragen, maar een genootschap vormen dat door handenarbeid de kost verdient en een godsdienstig leven wil leiden.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1398 De Bogarden zijn gevestigd in een huis aan de Verwerstraat, waar zich thans het Gouvernement bevindt.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1468 Een deel van de Bogarden gaan over naar de orde van Kruisheren met toestemming van de bisschop van Luik. De generaal van de Kruisheren te Hoey komt zelf naar 's-Hertogenbosch om deze inlijving te voltrekken.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1470 De Bogarden hebben weefgetouwen in hun klooster geplaatst. Het gilde van de wevers komt hier tegen in opstand. Het geschil wordt als volgt opgelost: de broeders mogen voortaan maximaal acht weefgetouwen hebben en ze moeten een cijns van drie ponden betalen. Daartegenover staat dat het meesterschap niet vereist is en zij behoeven geen eigen wapenuitrusting te bezitten.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1515 In 1515 werd het weven hen door het stadsbestuur geheel verboden. In die tijd hadden de inmiddels bij het kapittel van Zepperen aangesloten Bogarden scholieren van de latijnse school in de kost.
Bron: Bossche Bouwstenen VI
1585 Paus Sixtus V geeft op 1 mei toestemming tot de verkoop van het Bogardenklooster aan het convent van Annenborch uit Rosmalen. Deze zusters willen zich vestigen in het Bossche klooster, dat de Bogarden na de Beeldenstorm hadden verlaten.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1588 Hoewel de paus hen reeds drie jaar tevoren toestemming hiervoor gegeven had, betrekken de nonnen van Sint Annenborch nu eerst feitelijk her voormalige Bogardenklooster. Zij doen dat op één voorwaarde: wanneer zich Jezuïten in 's-Hertogenbosch willen vestigen, dan zal het voormalige Bogardenklooster aan deze Jezuïeten worden afgestaan.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
1609 Precies een maand na afkondiging van het Twaalfjarig Bestand komen er vanuit Antwerpen vijf Jezuïeten naar Den Bosch. Zij worden hartelijk ontvangen door Bisschop Masius en vestigen zich in het voormalige Bogardenklooster in de Verwerstraat, waar nu nog enige zusters van Annenborch wonen. Zij gaan daar onderwijs geven.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
 

? Alleen van de in de 17e eeuw aan het Jezuïtenklooster toeggevoegde woonhuizen aan de Verwersstraat zijn nog enkele aanwezig. Van het gesloopte pand 'De Pauwe' zijn onlangs bij graafwerkzaamheden funderingen ingemeten. Deze stammen uit de 15e eeuw.
Bron: Kloosters, Kronieken en Koormuziek
1985 Bij een archeologisch onderzoek in 1985 zijn de funderingen van enkele kleine huisjes aan het Bogaardenstraatje onderzocht. Achter de huisjes was een hellingbaan naar het water van de Dieze.
Bron: Kloosters, Kronieken en Koormuziek
 

1519 Kapittel 9.
Afkoop van den bieraccijns door het Convent van de Boogaarden, voor het bier dat door de Klerken en scholieren binnen 's Hertogenbosch te school gaande en in dat Convent wonende, gebruikt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1517-1518. Deel 1, blz 334
1521 Kapittel 75.
Het convent St. Geertruide te 's Hertogenbosch ontvangt loten voor aan de stad 's Hertogenbosch geleende gelden.
Idem de conventen achter Tolbrug op den Uilenburg en de Bogaarden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1521-1522. Deel 1, blz 367