Predikherenkerk (1296-1641)
Kloosterkerk.
Eenbeukige zaalkerk met driezijdig gesloten koor en dakruiter. Uitbreiding met zijbeuk aan noordzijde en verlengd in westelijke richting.
Bron: Van Bos tot Stad
Zie: kerken, kloosters en refugiehuizen
Opmeting uit de 17e eeuw (ARA, Inventaris Hingman, nr. 3183.3).
Bron: Van Bos tot Stad
|
| |
| 1630 |
P. Bor
Gelegentheyt van 's-Hertogenbosch
('s-Gravenhage 1630) 12
|
| 1670 |
J. van Oudenhoven
Silva-ducis aucta & renata of een nieuwe ende gantsch vermeerdere beschrijvinge van de stad van 's-Hertogenbossche
('s-Hertogenbosch 1670) 177
|
| 1819 |
A. van Gils
Katholyk Meyerysch Memorieboek
('s-Hertogenbosch 1819) 170
|
| 1846 |
C.R. Hermans
Chronicke van der stad van Tsertogenbosch (A. Cuperinus) in:
Verzameling van Kronyken betreffende de stad en meyerij van 's-Hertogenbosch
('s-Hertogenbosch 1846-1848) I 67
|
| 1870 |
L.H.C. Schutjens
Geschiedenis van het Bisdom 's-Hertogenbosch
(Sint Michielsgestel 1870-1876) IV 293, 441, 443
|
| 1897 |
G.A. Meijer
De Predikheren te 's-Hertogenbosch
(Nijmegen 1897) 2-3, 6, 21, 65
|
| 1905 |
G. van der Elsen en W. Hoevenaars (eds.)
Analecta Gijsberti Coeverinx
Uitgave van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant
('s-Hertogenbosch 1905-1907) II 398
|
| 1910 |
Sasse van Ysselt
De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch
('s-Hertogenbosch 1910-1914) III 210 e.v.
|
| 1941 |
M. Schoengen en K. de Kok
Monasticon Batavum
(Amsterdam 1941-1942) II 94
|
| |
| 1296 |
Eerste bouw kort na 1296, herbouwd tussen 1420 en 1450 na brand in 1419, vergroot in 1496.
Bron: Van Bos tot Stad
|
| 1641 |
Gesloopt in 1641.
Bron: Van Bos tot Stad
|
| |
| 1566 |
Kapittel 17.
Brieven aan de pastoors der buiten kerken, dat de Minnebroeders en de Predikheeren zouden omgaan tot herstel van hunne kerken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1566-1567. Deel 1, blz 760
|
| 1567 |
Kapittel 19.
De Stad 's Hertogenbosch schenkt een geschilderd glasraam aan de Paters Predikheeren aldaar, om te plaatsen in het choor hunner kerk achter het Hoog-Altaar.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1568-1700. Deel 2, blz 807
|
| |
|