| 1504 |
Kapittel 21.
De schuttersgilden van den Ouden en Jongen Voetboog en van den Handboog, brengen geschut naar Heusden.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1504-1505. Deel 1, blz 99
|
| 1507 |
Kapittel 22.
Toelagen aan de 4 Schuttersgilden, voor het maken van statie, van te schieten en in het harnas ter processie te gaan.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1507-1508. Deel 1, blz 143
|
| 1521 |
Kapittel 74.
Toelagen aan de schutters van den Handboog en de Cloveniers voor het maken van statie in de processien.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1521-1522. Deel 1, blz 376
|
| 1577 |
Kapittel 20.
De Schutterijen van den ouden Voetboog en van den Handboog, dekken de overbrenging der gelden, aan de uitgetrokken hoogduitsche troepen te Oirschot.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1577-1578. Deel 2, blz 953
|
| 1581 |
Kapittel 19.
De Schutterij van den handboog ontvangt voor het afhouwen der boomen op het Reut, twee tonnen bier.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1581-1582. Deel 2, blz 1015
|
| 1589 |
Kapittel 16.
De Musketiers van den Handboog en die der Jonge Schuts, mede bij de inhaling van den Graaf van Mansfelt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1589-1590. Deel 2, blz 1080
|
| 1595 |
Kapittel 15.
Twee geschilderde glazen door de Regering aan de Handboog schutterij geschonken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1595-1596. Deel 2, blz 1108
|
| 1598 |
Kapittel 16.
Gelagen vereerd aan Jonkheer Everard de Borchgrave, als Kapitein der wijk van de Weversplaats en aan Jan Loeff, als vaanderig van den Handboog, mr. Gerard van Berge, Kapitein en Querijn van Niel, Luitenant van den Jongen Voetboog.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1598-1599. Deel 2, blz 1120
|
| 1627 |
Kapittel 22.
• De wachten in den Handboog-bogaard bij hoog water met schuiten vervoerd.
• Vuur en licht voor de wacht in den Handboog-bogaard, tijdens hoog water.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1627-1628. Deel 2, blz 1340
|
| 1636 |
Kapittel 36.
Toelaag aan de schutterij van den Handboog tot opmaking der muur aan hunnen boomgaard achter de tolbrug.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1636-1637. Deel 2, blz 1404
|
| |