| 1512 |
Kapittel 26.
Toelagen aan de kamers van Rhetorica, aan de kerkmeesters van St. Jan en aan die Schuttergilden, voor hunne spelen en optogten in de processie en omgang op den feestdag van onze Lieve Vrouwen dragt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1512-1513. Deel 1, blz 276
|
| 1515 |
Kapittel 68.
• De leden der drie gilden (kamers van Rethorica) stellen aan de hoeken van de straten stomme personaadjes voor.
• De gezellen van de passien, spelen in den nacht van den Goeden Vrijdag op St. Jans kerkhof onder het sermoon, de passie.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1515-1516. Deel 1, blz 305
|
| 1529 |
Kapittel 88.
De wagen der Rederijkers van 's Hertogenbosch voor stads rekening gemaakt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1529-1530. Deel 1, blz 463
|
| 1529 |
Kapittel 90.
IJzerwerk aan dien wagen gebruikt.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1529-1530. Deel 1, blz 463
|
| 1529 |
Kapittel 96.
• Wagen der Rederijkers.
• Gage der Rederijkers.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1529-1530. Deel 1, blz 467
|
| 1531 |
Kapittel 103.
Aan de Kamer van Rhetorica 60 gul. toegestaan, ter gedeeltelijkr goedmaking der kosten in hunne reis tot bijwoning van het land juweel te Brussel.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1531-1532. Deel 1, blz 487
|
| 1541 |
Kapittel 115.
Toelage aan de Kamer van Rhetorica tot ondersteuning in de reiskosten naar Diest, in welke stad een landjuweel gehouden werd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1541-1542. Deel 1, blz 575
|
| 1541 |
Kapittel 14.
De kamers van rederijkers uit Antwerpen en Breda te 's Hertogenbosch.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1541-1542. Deel 1, blz 582
|
| 1559 |
Kapittel 7.
De Leden der Kamer van Rhetorica voor het inhalen van den Mei met wijn vereerd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1559-1560. Deel 1, blz 720
|
| 1618 |
Kapittel 6.
• Jonkhr. Michiel de Borchgrave wordt als Prins der Kamer van Rhetorica door de regering op zijnen Prinsdag met wijn beschonken.
• Toelaag aan die kamer voor het spelen op 1 Mei 1619.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1618-1619. Deel 2, blz 1248
|
| |