|
'Als een wind'
Door Henny Molhuysen
In mei 1810 bracht Napoleon Bonaparte een bezoek aan Den Bosch. Hij heeft toen het een en ander gezegd over de stad. Staande op het bordes voor het stadhuis, vond hij dat 'die puist' eigenlijk maar moest verdwijnen. Hiermee bedoelde hij het zogenaamde blok op de Markt; de behuizing tussen het Marktplein en de Pensmarkt. Blijkbaar had hij een voorliefde voor grote pleinen.
Toen een katholieke Bossche deputatie hem bezocht om de van oorsprong katholieke Sint Janskerk terug te mogen ontvangen, stemde hij daarin toe: 'Vous l'aurez', moet hij toen gezegd hebben. Eignlijk zei hij toen: 'Vous aurez la grande Eglise et un Eveque aussi'. Dat wilden de Bosschenaren niet: een door de keizer en niet door de paus benoemde bisschop!
Den Bosch binnenkomend langs het voormalig fort De Pettelaar, moet Napoleon ook gezegd hebben: 'Ça ce n'est qu'un pêt en l'air'; dat stelt niets voor: het is als een wind!
Glans kwijt
Inderdaad, het vroegere fort De Pettelaar was zijn oorspronkelijke, militaire glans geheel kwijt geraakt. Maar de minachting van Napoleon was niet terecht.
In het begin van de zeventiende eeuw, tijdens de opstand, werd de stad versterkt. Dat was noodzakelijk, want vanuit het noorden werd toch getracht de onneembaar geachte vesting te veroveren. In 1603 en 1622 probeerde Maurits dat, en bezette onder andere de hoogte De Pettelaar, aangezien de rest van de omgeving door de Bosschenaren onder water werd gezet. Maurits moest zich echter terugtrekken en de Bosschenaren zagen het belang van deze hoogte in. Op de Pettelaar werd een fort gebouwd. Dat gebeurde in de zomer van 1623 en direct al liet het stadsbestuur bekend maken 'dat nyemant en soude mogen gaen opte schans opte Petteler': het was nu militair terrein geworden.
Beleg
Het fort De Pettelaar heeft een belangrijke rol gespeeld tijdens het beleg van 1629. Het moest echter capituleren en raakte later in verval. In 1810 was er inderdaad van de militaire luister niet veel over. In 1798 schreef Stephanus Hanewinkel er over in een reisbeschrijving: 'Aan de Zuidkant der Stad buiten den Grooten Hekel plagt eertijds eene schans te liggen, de Pettelaar-schans genoemd, doch deeze is thans geslecht; iets verder dan die schans gelegen heeft, ligt een herberg, nog de Pettelaar genoemd; derwaards wandelen op Zon- en Feestdagen veele Bosschenaars, doch van het geringste soort, welke hier dan op hunne wijze braaf vrolijk zijn'.
Het citaat van Napoleon is zeker niet de oorsprong van de naam Pettelaar. Ook zijn de woorden van dominee Hanewinkel duidelijk van twee eeuwen geleden, want: komen er op de Pettelaar nu slechts Bosschenaren van het geringste soort?
Brabants Dagblad donderdag 3 augustus 1989
|