|
Naar de speeltuin..
Door Henny Molhuysen
In de zomervakantie moet de Bossche jeugd enkele weken bezig gehouden worden. Tegenwoordig is dat voor de meeste gezinnen een vakantie van twee ŕ drie weken, maar dan blijft er voor de kinderen nog wat tijd over. Wat moest er al die vakantieweken gebeuren, terwijl vader dikwijls nog geen vakantie had. Moeder zat dan met de kinderen opgescheept.
Als het mooi weer was konden ze naar het zwembad. Naar de IJzeren Vrouw met met zijn aparte bad voor vrouwen en meisjes, een voor mannen en een jongens en een 'familiebad'. 's Morgens vroeg werd er vertrokken. Met de kinderwagen waaruit de kleinste al lang gegroeid was als bergplaats voor de voedsel- en drankvoorraad, zoals stapels boterhammen en flessen ranja. Was het minder warm weer, dan kon men altijd nog naar de Vughtse Hei trekken of misschien zelfs een dagje naar de Efteling of naar een speeltuin, met of zonder ouders.
Uit de stadsfeesten ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad in 1935, waren twee speeltuinen voortgekomen. In 1937 werd de speeltuin aan het Taxandriaplein geopend. Ook de bewoners van de Westenburgerweg hadden erg genoten van het wijkfeest. De wijk was dichtbevolkt met grote gezinnen. Voor de kinderen was er weinig vertier. Men besloot in 1938 een speeltuin op te richten op een terrein aan de Westenburgerweg, vlak achter de IJzeren Vrouw.
Natuurlijk kwam die speeltuin er niet van de ene op de andere dag. Men begon met leden werven en met de contributie kon men uiteindelijk beginnen aan de verwezelijking van het plan. Er werden materialen gekocht, die op de rijkswerklozenschool in spelwerktuigen werden veranderd. Veel deden de enthousiaste ouders zelf, iets wat in de verdere geschiedenis van de speeltuin steeds het geval zou zijn. Op vrijwillige basis verfden zij steeds de boel weer op en maakten nieuwe attributen.
Tante Doortje
In 1940 werd de tuin geopend. In de vijftiger jaren bloeide de tuin volop. De vrouw van de secretaris Spijkers, Doortje of tante Doortje, hield toezicht. Druk had ze het er wel mee. „Doortje, hij slaat me.” „Doortje, ik ben gevallen.” „Doortje, wat heb je voor een stuiver?”
In de loop van de zestiger jaren begon het te veranderen. Kon in 1964 nog de Oosterplasspeeltuin geopend worden, in 1967 werd de speeltuin aan het Taxandriaplein gedwongen haar poorten te sluiten. Toegenomen vandalisme en gebrek aan financiën noopten hiertoe. Jammer, vooral van de enorm hoge en snelle glijbaan waar je beslist niet zonder matje af kon.
Ook de speeltuin aan de Westenburgerweg ging moeilijke tijden tegemoet. In 1976 was men zelfs genoodzaakt de poorten gesloten te houden. Toen kwamen de wijkbewoners echter weer in actie. Men was aan de renovatie van de woningen begonnen en de buurt vond ook de woonomgeving belangrijk. Dus werd er een 'Comité tot behoud van de speeltuin Westenburgerweg en omstreken' gevormd en het is ze gelukt. In 1977 werd de tuin weer feestelijk geopend.
En ook deze zomer hebben er weer veel kinderen gespeeld; in de enige echte speeltuin van Den Bosch, immers de tuin aan de Oosterplas is inmiddels ook definitief gesloten.
Brabants Dagblad donderdag 11 augustus 1988
|