Moyses' Bosch
De in 1915 opgerichte en succesvolle amateurtoneelvereniging Roomsch Toneel besloot de naam aan te nemen van de uit de vijftiende eeuw stammende Rederijkerskamer Moyses' Bosch. Van de vier Rederijkerskamers die 's-Hertogenbosch ooit telde is Moyses' Bosch het langst blijven bestaan. Tot ver in de achtiende eeuw. Met de naam nam Roomsch Toneel ook het blazoen, het devies 'In vierigheyt groeyende' en de patroonheilige Sinte Agatha aan. Maar alvorens de nieuwe Rederijkerskamer Moyses' Bosch zich openlijk als de voortzetting van haar grote naamgenote presenteerde, verzocht zij, geheel in de geest en volgens gebruik van de oude kringen der Rederijkerskamers, om een officiële bevestiging. Zij richtte zich daartoe tot de Souvereine Koninklijke hoofdkamer van Rhetorica 'De Fonteine' te Gent, die reeds in 1448 van de Gentse magistraat het voorrecht had verworven aan nieuwe Kamers van Rhetorica de officiële erkenning als zodanig te kunnen verlenen. De Gentse kamer willigde met grote instemming het verzoek van haar jonge 's-Hertogenbossche zuster in en verleende haar de verlangde erkenning bij oorkonde van 15 april 1951.
Op 22 april daarop volgend vond tijdens een plechtige bijeenkomst op het stadhuis van 's-Hertogenbosch de installatie plaats van de jonge Kamer van Rhetorica Moyses' Bosch, waarbij de wapenheraut van de Gentse Kamer De Fonteine de oorkonde van bevestiging aan de hoofdman van de jonge Kamer ter hand stelde.
Diverse oude blazoenen van de Rederijkerskamer zijn in het Moyses' Boschhuis uitgebreid te bezichtigen.

Rederijkerskamer Moyses' Bosch
|
Het Landjuweel
Door Henny Molhuysen
De Bossche rederijkerskamer 'Moyses Vierighe Bosch' (het brandende braambos van Mozes) wordt in 1530 voor het eerst vermeld. Vanaf dat jaar krijgt de kamer jaarlijks achttien gulden als subsidie. Een bedrag, dat incidenteel wel eens wordt verhoogd als Moyses' Bosch aan een zogenaamd Landjuweel deelnam.
Een rederijkerskamer, of 'kamer van rhetorica' was een vereniging die mysteriespelen opvoerde; half religieus, half literair ingesteld. Langzamerhand ontwikkelden zij zich tot toneelverenigingen. Een Landjuweel is een onderlinge wedstrijd tussen een aantal rederijkerskamers. Er werden slechts weinig Landjuwelen in Brabant gehouden: in 1521 de eerste in Diest en vervolgens in Brussel (1532), Mechelen (1535), weer in Diest (1541) en tenslotte in 1561 in Antwerpen.
Twee Antwerpse boden kwamen naar Den Bosch om Moyses' Bosch uit te nodigen. Acht stoppen wijn kregen zij van het stadsbestuur bij die gelegenheid aangeboden. En de uitnodiging werd geaccepteerd. Drie weken lang, in augustus, zou de wedstrijd plaatsvinden. Met 125 personen trok men naar de Brabantse havenstad. Op 3 augustus was de officiële intocht, waarbij de vijftien deelnemende rederijkerskamers zich presenteerden. De Bossche afdeling bestond uit een trompetter, drie paarden, dan kwam het blazoen, veertig paarden, vier trompetters te paard, de 'Prince met vier lackeyen', een page, veertien paarden met groen fluweel bedekt, de vier speelleiden van de stad, een 'schoone waghen' getrokken door drie paarden en met zes personen erop, weer drie paarden met groen fluweel, nog eens 44 paarden en tien wagens getrokken door twee of drie paarden. Op de wagens stonden rederijkers met brandende toortsen.
Op het landjuweel behaalde Moyses' Bosch de hoogste prijs, 42 ons zilver, met hun spel 'Den patroon van Alvinnen' (de baas van de dwazen). Daarin speelden naast de hoofdpersonen onder andere mee: Peerken van Tuyl, Maes van Keyendael, Heyn van Sotteghem en Lijs Roomclosse. Op de laatste dag van augustus kwam er een speciale bode uit Antwerpen die de Bosschenaren bekend maakte dat hun stadgenoten de eerste prijs hadden behaald. Zeven gulden betaalde het gemeentebestuur aan deze boodschapper. Groots werd Moyses' Bosch onthaald bij haar terugkomst. De straten werden verlicht met pekworsten en pektonnen. Het geschut op de stadsmuren vuurde als een saluut. Rijkelijk vloeide de wijn op de ontvangst op het stadhuis. Op 27 september van dat jaar komen we de rederijkerskamer weer tegen in de stadsrekeningen. Er wordt op de Markt een grote stellage gebouwd, versierd met groen laken. Die dag voerde Moyses' Bosch voor de Bosschenaren nogmaals 'Den patroon van Alvinnen' op waarmee ze de prijs had behaald. Als prijswinnaar moest Moyses' Bosch het volgende Landjuweel organiseren. Dat is niet meer gebeurd door de strijd die in De Nederlanden uitbrak; de Opstand, die tachtig jaar zou duren.
Brabants Dagblad donderdag 15 december 1988
|
| |
| 1952 |
J.J. Mak
"Moyses Bosch". Bevestigd tot Souvereine Kamer op 22 april 1951
Brabantia 1 (1952) 74-78
|
| 1955 |
Redactie
"Judith", een triomph voor "Moyses Bosch" en Brabants amateurstoneel. Artistieke kern van betekenis
Het Huisgezin vrijdag 4 maart 1955
|
| 1955 |
Redactie
Bossche amateurs spelen Ghéon
De Volkskrant maandag 7 maart 1955
|
| 1955 |
Redactie
Rederijkerskamer "Moyses Bosch": Ghéons spel "Judith" moeilijk te vertolken
Oost-Brabant maandag 7 maart 1955
|
| 1955 |
Redactie
Ghéon's Judith gespeeld door Moyses' Bosch
De Tijd dinsdag 8 maart 1955
|
| 1955 |
Redactie
"Moyses Bosch" bracht een grootse vertolking van Henri Ghéon's tragedie "Judith". Diepe strekking heft dit drama op naar klassiek gehalte
Het Huisgezin dinsdag 8 maart 1955
|
| 1976 |
Redactie
Met 'Moyses Bosch' naar 't nieuwe jaar
Brabants Dagblad vrijdag 2 januari 1976
|
| 1977 |
Redactie
Door rederijkerskamer Moyses Bosch. 'Kinderen van ons volk' nog een keer in Casino
Brabants Dagblad woensdag 28 september 1977 (foto)
|
| 1978 |
P. v.d. Sluijs
Enkele kanttekeningen met betrekking tot de Bossche Rederijkerskamers
Varia Historica Brabantica VI-VII (1978) 187-205
|
| 1996 |
Serge Sekhuis
Vijf eeuwen literair toneel van Rederijkerskamer Moyses' Bosch
Stadsblad woensdag 29 mei 1996 (foto)
|
| 1996 |
Ermy Brok
Moyses' Bosch viert 500-jarig bestaan met vier voorstellingen. 'Het is des rederijkers om van tradities te houden'
Brabants Dagblad donderdag 13 juni 1996 (foto)
|
| 1998 |
Redactie
Unieke produktie met het NoordBrabants museum
Chronique Scandaleuse 20 (1998) 13-14
|
| 1988 |
Henny Molhuysen
Verhalen en legenden : Het Landjuweel
Brabants Dagblad donderdag 15 december 1988 (foto)
|
| 2000 |
Peter-Jan van der Heijden, Henny Molhuysen
Uit de geschiedenis van de Bossche schuttersgilden. Een adellijk koning
Uyt den Bogaert 41 (2000) 12-13
|
| 2000 |
Nelleke Moser
Naam en faam. De plaatsgebonden naamgeving van rederijkerskamers als uiting van lokaal chauvinisme
De zeventiende eeuw 1 (2000) 29-41
|
| 2004 |
Koos Tuitjer
Edgar Danz, tweemaal in de bloemen. Zilver me de kleur van vurig goud
Brabant cultureel 6/7 (2004) 10-12
|
| 2006 |
Maartje van Lent
Archief Moyses Bosch' gaat over naar stadsarchief en wordt openbaar
Brabants Dagblad 11 februari 2006
|
| 2006 |
Rolf Hage
'Salt soo syn', zei de zot : Moyses Bosch wint landjuweel 1561
Bossche Bladen 4 (2006) 145-149 [pdf]
|
| 2012 |
Vincent Verstappen
Theatrale rivalen in het Brabants : landjuweel: Leuven en 's-Hertogenbosch
Eeuwenlang verbonden : 750 jaar stedenband Leuven - 's-Hertogenbosch (2012) 47-57
|
| |
| 1969 |
C.A.K. van den Berk
De rederijkerskamer "Moyses vierighe Bosch" te 's-Hertogenbosch, 1496-1969
s.n. | 's-Hertogenbosch 1969
|
| 1994 |
Redactie
Historische Schets: rederijkerskamer "Moyses' Bosch"
Moyses' Bosch | 's-Herogenbosch 1994
|
| 1995 |
Klara Smeets
Tussen David en Orpheus: over de bloei en de ondergang van het toneelleven in Den Bosch in de 16de eeuw
s.n. | s.l. 1995
|
| |
| 1530 |
Kapittel 27.
Toelage uit stads kas aan de Kamer van Rhetorica Mozes Doorn.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1530-1531. Deel 1, blz 477
|
| 1531 |
Kapittel 103.
Jaarlijksche toelaag aan de Kamer van Rhetorica Moyses Doren of Moyses Bosch.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1531-1532. Deel 1, blz 486
|
| 1532 |
Kapittel 19.
Kamer van Rhetorica Moizes Doorn of Moizes Bosch.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1532-1533. Deel 1, blz 495
|
| 1560 |
Kapittel 7.
• De Kamer van Rhetorica Moijses Doirn te Antwerpen op het landjuweel de prijs behaald hebbende, bij het plegtig inhalen binnen 's Hertogenbosch, met drie aamen wijn beschonken.
• De twee boden der schilderkamer van Antwerpen, die de Kamer van Rhetorica kwamen uitnoodigen deel aan het landjuweel te nemen, met acht der stads stoopen wijn vereerd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1560-1561. Deel 1, blz 724
|
| 1560 |
Kapittel 12, 13 en 15.
• Feestelijke inhaling der Kamer van Rhetorica Moijses Doirn, ter gelegenheid, dat zij den prijs op het landjuweel te Antwerpen behaalde.
• Het stuk, waarmede de Kamer de prijs behaalde, op de markt te 's Hertogenbosch, ten tooneele gevoerd.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1560-1561. Deel 1, blz 724
|
| 1560 |
Kapittel 17.
Toelage van 300 gul. aan de Kamer van Rhetorica Moijses Doirn, voor hunne reis naar het landjuweel te Antwerpen.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1560-1561. Deel 1, blz 725
|
| 1596 |
Kapittel 15.
De Kamer van Rhetorica een aam bier geschonken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1596-1597. Deel 2, blz 1109
|
| 1596 |
Kapittel 5.
De kamer van Retorica ontvangt van de Stad eene vereering van 50 gul.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1596-1597. Deel 2, blz 1111
|
| 1600 |
Kapittel 15.
• De Kamer van Rhetorica Moyses Doren, wijn geschonken.
• De Kamer van Rethorica Moyses Doren speelt het spel van zinnen en ontvangt daarvoor tot vereering een half aam Rijnsche wijn.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1600-1601. Deel 2, blz 1131
|
| 1605 |
Kapittel 17.
• Toelaag aan de Kamer van Rhetorica.
• De Kamer van Rhetorica een ton bier.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1605-1606. Deel 2, blz 1166
|
| 1606 |
Kapittel 18.
• Toelaag aan de Kamer van Rhetorica.
• Toelaag aan de Kamer van Rhetorica, voor den vastenavond.
• Toelaag aan de Kamer van Rhetorica.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1606-1607. Deel 2, blz 1173
|
| 1607 |
Kapittel 18.
Toelagen aan de Kamer van Rhetorica, de gilden van St. Catharina, St. Barbara en St. Agatha.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1607-1608. Deel 2, blz 1180
|
| 1609 |
Kapittel 6.
Toelaag aan de kamer van Rhetorica.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1609-1610. Deel 2, blz 1192
|
| 1611 |
Kapittel 18.
Toelaag aan de kamer van Rhetorica met vastenavond.
Stads Rekeningen van het jaar 1611-1612. Deel 2, blz 1204
|
| 1612 |
Kapittel 17.
Toelaag aan de kamer van Rhetorica op vastenavond.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1612-1613. Deel 2, blz 1209
|
| 1614 |
Kapittel 18.
De Kamer van Rhetorica Moijses dooren, speelt komedie en wordt daarom met wijn geschonken.
Bron: Stads Rekeningen van het jaar 1614-1615. Deel 2, blz 1221
|
| |
|