|
Kardinaal van Rossum
Door Henny Molhuysen
Toen in 1931 de Veemarkt verhuisde van het huidige Kardinaal Van Rossumplein naar de nieuwe veemarkthallen op West, moest de oude veemarkt een nieuwe naam krijgen. Vlakbij, in de St. Jozefstraat, staat het voormalige Redemptoristenklooster. Toen burgemeester Van Lanschot na de kerkelijke plechtigheid ter gelegenheid van het tweede eeuwfeest van de congregatie op de thee werd genodigd, vroeg men hem of het niet mogelijk was het plein voortaan St.-Jozefpleinte noemen. Hij wees dat af omdat „er al een St.-Jozefstraat was, een St.-Jozefkerk, en een magazijn St. Jozef”.
De burgemeester voelde wel wat voor een St. Alfonsusplein, naar de stichter van de orde. Wethouder Krijgsman voelde meer voor Kardinaal Van Rossumplein, die lid van deze congregatie was geweest, bovendien Nederlander was, en tenslotte zijn novicentijd in het Bossche klooster had doorgebracht. Daar deed hij ook zijn eeuwige geloften op 16 juni 1874. Toen was hij nog frater. Hij werd op 17 oktober 1879 tot priester gewijd. Hij hoopte toen dat hij naar de missie zou worden gestuurd, maar dat ideaal van Van Rossum zou nooit verwezenlijkt worden.
Toch zou bij hem een grote verantwoordelijkheid juist ten opzichte van de missie komen te liggen. Op 13 maart 1918 werd hij namelijk te Rome benoemd tot Kardinaal Prefect van de Propaganda Fide, waaraan de hele wereld als missiegebied werd toevertrouwd. Het missiewerk had ernstig te lijden gehad van de Eerste Wereldoorlog. Kardinaal Van Rossum kreeg de taak het geheel opnieuw te organiseren. Hierbij had onder andere de vorming van de inheemse clerus zijn grote aandacht. Bij bezoeken aan Nederland bezocht hij steeds het Bossche klooster. Willem Marinus kardinaal Van Rossum stierf op 30 augustus 1932.
Het plan om de oude Veemarkt om te dopen in Kardinaal Van Rossumplein werd door de gemeenteraad aanvaard. Tevens ontstond het idee om een standbeeld op te richten op het naar hem genoemde plein; mede om de Redemptoristen te eren voor het vele werk dat zij te 's-Hertogenbosch verrichtten.
De beeldhouwer August Falise ontwierp het in brons gegoten beeld. Van Rossum houdt zijn kardinaalshoed in de hand, omdat volgens de kunstenaar een hoed op het hoofd een ongunstige schaduwwerking op het gezicht te zien zou geven. De onthulling vond plaats op 24 juni 1934 door de aartsbisschop van Utrecht, mgr. J.H.G. Jansen, bij gelegenheid van de zesde katholiekendag die in Den Bosch werd gehouden.
Het standbeeld staat nog steeds op het Kardinaal Van Rossumplein, maar van de omgeving is weinig overgebleven. Moesten in vroeger jaren de gebouwen aan zijn linkerhand wijken voor de uitbereidingen van het Groot Ziekengasthuis, dit jaar werd achter zijn rug de voormalige Bisschoppelijke Kweekschool gesloopt. Zijn gezicht was al die jaren gericht op de in de verte gelegen Muntelkerk, toegewijd aan de H. Antonius van Padua, die ook in de afgelopen maanden werd gesloopt. De toekomst van het kloostergebouw met de bijhorende St.-Jozefkerk, waar Van Rossum zijn novicentijd doorbracht en menigmaal verbleef, is na de verschillende branden onzeker.
Brabants Dagblad donderdag 29 december 1983
|